In deze civiele procedure vordert eisende partij dat de hoofdzaak wordt verwezen naar of wordt gevoegd met een andere aanhangige zaak (zaaknummer C/10/700796), omdat de geschilpunten grotendeels identiek zijn en samenhangende behandeling proceseconomisch wenselijk is.
De rechtbank overweegt dat hoewel voeging mogelijk is bij verknochte zaken voor dezelfde rechter, in dit geval voeging leidt tot strijd met de eisen van een goede procesorde. De andere zaak bevindt zich in een vergevorderd stadium met reeds een mondelinge behandeling en een beschikking gepland, terwijl in de onderhavige zaak nog geen conclusie van antwoord is genomen.
Voeging zou de andere zaak onaanvaardbaar vertragen. Daarom wijst de rechtbank de vordering tot voeging af en veroordeelt de eisende partij in de proceskosten van het incident. De zaak wordt op 5 november 2025 weer op de rol gezet voor de conclusie van antwoord.