Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 november 2025 in de zaak tussen
Van Oord Offshore Wind B.V., uit Gorinchem, eiseres
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de minister
Samenvatting
Procesverloop
Totstandkoming van het besluit
Beoordeling door de rechtbank
quick fixaan te brengen voor de destijds nieuwe ontwikkelingen voor werkzaamheden aan windparken op zee en heeft de effecten hiervan onvoldoende doordacht. De minister heeft vervolgens ten onrechte de werkzaamheden van eiseres aangemerkt als werkzaamheden op, vanaf of ten behoeve van een windpark. Eiseres betoogt verder dat deze twee bepalingen in haar geval in strijd met het evenredigheidsbeginsel zijn, dan wel onredelijk bezwarend, omdat de afspraken (rondom werk- en rusttijden) die eiseres met de werknemers van de Project Crew heeft gemaakt in lijn zijn met het Atbv en met de gebruikelijke internationale standaarden voor zeevarenden. De gemaakte afspraken dienen nadrukkelijk het veilig en gezond werken aan boord en voldoende rusttijd, gelet op de werkzaamheden die zich hoofdzakelijk aan boord van het schip afspelen. Er valt verder niet in te zien dat de bedrijfsvoering in het geval van eiseres dient te worden aangepast naar een schema dat in lijn is met het Atb, voor de 6% werkzaamheden die zich afspelen op de monopile.
quick fixzou zijn geweest, heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt. Eiseres heeft ter zitting aangegeven niet bij het verzoek van werkgeversverenigingen en vakbonden betrokken te zijn geweest. Dat er onvoldoende rekening is gehouden met haar bedrijfsmatige en economische belangen, is daarmee geen onzorgvuldigheid of motiveringsgebrek van de betreffende bepalingen van het Atb. Uit de nota van toelichting maakt de rechtbank op dat de regelgever werkzaamheden zoals die van de Project Crew – waarvan de rechtbank hierboven (onder 6) heeft geoordeeld dat ze door het Atb worden bestreken – uitdrukkelijk heeft bedoeld te reguleren op vergelijkbare wijze als in de offshore mijnbouw.