Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2025:13262

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 november 2025
Publicatiedatum
17 november 2025
Zaaknummer
C/10/703744 / HA ZA 25-616
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering tot betaling schadevergoeding wegens onrechtmatige daad

DSW Zorgverzekeraar heeft een vordering ingesteld tegen twee gedaagden woonachtig te Hoogvliet Rotterdam, wegens betaling van schadevergoeding. De procedure startte met een dagvaarding op 19 juni 2025. De advocaat van gedaagden heeft zich op 15 september 2025 onttrokken, waarna gedaagden niet meer zijn vertegenwoordigd en het recht om te concluderen is vervallen. De rechtbank heeft de zaak verwezen naar vonnis.

De rechtbank heeft geoordeeld dat de stellingen van eiseres het gevorderde dragen en dat gedaagden deze niet hebben weersproken. De gevorderde schadevergoeding van €86.689,19 wordt toegewezen, inclusief wettelijke rente vanaf het moment van elke individuele uitkering. Daarnaast wordt een vergoeding van €250,00 voor buitengerechtelijke incassokosten toegekend, met wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding.

Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €6.491,77, bestaande uit dagvaarding, griffierecht, salaris advocaat, beslagkosten en nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en gedaagden moeten binnen veertien dagen betalen. Bij niet-tijdige betaling volgt een verzwaring van kosten.

Uitkomst: Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €86.689,19 schadevergoeding, €250 incassokosten en proceskosten van €6.491,77.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/703744 / HA ZA 25-616
Vonnis van 12 november 2025
in de zaak van
DSW ZORGVERZEKERAAR U.A.,
vestigingsplaats: Schiedam,
eiseres,
advocaat: mr. M.F. Lameris,
tegen

1.[gedaagde 1],2. [gedaagde 2],

woonplaats: Hoogvliet Rotterdam,
gedaagden,
advocaat aanvankelijk mr. W. Boeters, maar nu niet meer vertegenwoordigd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 19 juni 2025, met bijlagen 1 tot en met 10.
1.2.
Mr. Boeters heeft de rechtbank op 15 september 2025 laten weten dat hij zich als advocaat van gedaagden onttrekt. Daarop heeft de rechtbank de zaak verwezen naar de rol van 1 oktober 2025 voor het stellen van een advocaat namens gedaagden. Op die rol heeft zich namens gedaagden geen advocaat gesteld. De rolrechter heeft vervolgens beslist dat het recht van gedaagden om te mogen concluderen voor antwoord is vervallen en de zaak voor vonnis verwezen naar vandaag.

2.De beoordeling

2.1.
De stellingen van eiseres kunnen het gevorderde dragen en zijn door gedaagden niet weersproken. Het gevorderde wordt daarom toegewezen, met inachtneming van het volgende. De wettelijke rente over de schadevergoeding à € 86.689,19 wordt toegewezen vanaf de momenten waarop eiseres iedere individuele uitkering heeft gedaan. De wettelijke rente over de vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten à € 250,00 wordt toegewezen vanaf de dag waarop de dagvaarding aan gedaagden is uitgebracht.
2.2.
Gedaagden zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom hoofdelijk de proceskosten (inclusief beslagkosten en nakosten) betalen. De proceskosten van eiseres worden begroot op:
- dagvaarding € 147,81
- griffierecht € 2.995,00 (€ 714,00 voor de beslagzaak + € 2.281,00 voor de
hoofdzaak)
- salaris advocaat € 2.428,00 (2 punten × tarief IV à € 1.214,00 per punt)
- beslagkosten € 742,96 (zie kosten exploten in bijlage 6 van eiseres)
- nakosten €
178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 6.491,77
2.3.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk om binnen veertien dagen na vandaag aan eiseres te betalen een bedrag van € 86.689,19 aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro vanaf de momenten waarop eiseres iedere individuele uitkering heeft gedaan tot de dag dat alles is betaald;
3.2.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk om binnen veertien dagen na vandaag aan eiseres te betalen een bedrag van € 250,00 aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro vanaf 19 juni 2025 tot de dag dat alles is betaald;
3.3.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk in de proceskosten van € 6.491,77, te betalen binnen veertien dagen na vandaag. Als gedaagden niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, dan moeten gedaagden € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. K.A. Baggerman. Het is ondertekend door de rolrechter en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2025.
3349 / 2537