2.1.In het bestreden besluit heeft de SVB het standpunt gehandhaafd dat de dochter van eiseres moet worden aangemerkt als kostendeler.
Het standpunt van eiseres
3. Eiseres heeft aangevoerd dat er bijzondere omstandigheden zijn waardoor haar dochter bij haar is komen wonen. Eiseres kampt met medische problematiek die het nodig maakt dat er 24 uur per dag toezicht is. De dochter van eiseres heeft tijdelijk haar woning achtergelaten om voor haar moeder te zorgen. De dochter heeft geen inkomen waardoor de kosten van de woning en de huishouding van eiseres niet gedeeld kunnen worden. De dochter is weliswaar (gedeeltelijk) eigenaar van een woning, maar het kan niet van haar worden gevergd die te gelde te maken. Volgens eiseres moet toepassing worden gegeven aan artikel 47c, eerste lid, van de Pw. Er is sprake van een schrijnende situatie en bij het handhaven van de kostendelersnorm zal de dochter zich moeten beraden op het al dan niet kunnen verlenen van mantelzorg. Eiseres stelt dat de toepassing van de kostendelersnorm in strijd is met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
Het oordeel van de rechtbank
4. Vast staat dat eiseres en haar dochter samenwonen. De rechtbank moet beoordelen of de SVB terecht de kostendelersnorm heeft toegepast.
5. Op grond van artikel 22a, eerste lid, van de Pw is op de belanghebbende van
21 jaar of ouder de kostendelersnorm van toepassing indien de belanghebbende één of meer kostendelende medebewoners heeft.
6. Volgens artikel 19a, eerste lid, van de Pw wordt onder kostendelende medebewoner verstaan de persoon van 27 jaar of ouder die in dezelfde woning als de belanghebbende zijn hoofdverblijf heeft. De dochter van eiseres is 27 jaar of ouder en zij heeft haar hoofdverblijf op het adres van eiseres. Dit betekent dat de dochter van eiseres terecht als kostendeler is aangemerkt.
7. De artikelen 22a en 19a van de Pw zijn dwingendrechtelijk van aard. Behalve de in artikel 19a vermelde uitzonderingen, die hier niet van toepassing zijn, biedt artikel 19a geen ruimte om af te wijken van de kostendelersnorm of om die buiten toepassing te laten. Met het invoeren van de kostendelersnorm heeft de wetgever beoogd dat bij de vaststelling van de toepasselijke bijstandsnorm direct rekening wordt gehouden met de voordelen van het kunnen delen van de kosten met één of meer personen die in dezelfde woning hun hoofdverblijf hebben.Daarbij is niet van belang of zij de kosten feitelijk delen of daaraan bijdragen.De wetgever heeft er bewust voor gekozen om de kostendelersnorm ook van toepassing te laten zijn op personen die een woning delen met een bloedverwant in de eerste of tweede graad en waarbij sprake is van een zorgbehoefte. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat de redenen waarom men de woning deelt los staan van de voordelen waarmee de kostendelersnorm rekening houdt.Deze voordelen zijn ook aanwezig als sprake is van het verlenen van mantelzorg. De wetgever heeft mantelzorgsituaties bewust niet willen uitzonderen van de kostendelersnorm. Dat de dochter van eiseres mantelzorg verleent en geen zelfstandig inkomen heeft, betekent dus niet dat de kostendelersnorm niet op haar van toepassing is.
8. De rechtbank is met de SVB van oordeel dat geen sprake is van een schrijnende situatie die tot afstemming op grond van artikel 47c, eerste lid, van de Pw noopt. Dat de dochter geen zelfstandig inkomen heeft, is daarvoor onvoldoende. Het gaat er om dat de dochter inkomen kan verwerven en dat is niet onmogelijk. Eiseres had, voordat de AIO-norm werd aangepast naar de kostendelersnorm, al structurele problemen om haar vaste lasten te betalen. Daarnaast beschikt de dochter over een eigen woning. De dochter kan in deze woning wonen, de woning verkopen of huur vragen aan haar nichtjes die (gratis) in de woning wonen om een bijdrage te leveren aan de kosten van eiseres. Er is ook niet op andere wijze gebleken van zeer bijzondere omstandigheden.
9. De rechtbank oordeelt dat eiseres haar stelling dat artikel 8 van het EVRM geschonden is, onvoldoende heeft onderbouwd. Deze grond slaagt daarom niet.
10. De rechtbank heeft begrip voor de situatie waarin eiseres en haar dochter zich bevinden. De gezondheidsklachten van eiseres staan niet ter discussie en de rechtbank begrijpt dat eiseres zorg nodig heeft. De conclusie kan echter, gelet op wat hiervoor is overwogen, niet anders zijn dan dat de SVB terecht de kostendelersnorm heeft toegepast.