De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om een ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2009, vanwege zorgen over zijn sociaal-emotionele ontwikkeling en schoolverzuim. De minderjarige had meerdere politiecontacten door criminele activiteiten en was lange tijd niet naar school gegaan. De moeder verloor in die periode grip op hem.
Hoewel de situatie recent verbeterd lijkt en de minderjarige zich heeft ingeschreven voor een BBL-opleiding, is het nog onzeker of hij deze kan volhouden. Eerdere vrijwillige hulpverlening was onvoldoende effectief. De Raad en de gecertificeerde instelling pleitten voor een ondertoezichtstelling met inzet van een jongerencoach en mogelijk verdere hulp.
De moeder stemde in met het verzoek, ondanks haar twijfel over de noodzaak. De minderjarige vond de maatregel niet nodig, maar was bereid mee te werken. De kinderrechter concludeerde dat aan de voorwaarden voor ondertoezichtstelling was voldaan en stelde de minderjarige voor negen maanden onder toezicht, met directe uitvoerbaarheid. De beschikking is op 16 oktober 2025 mondeling gegeven en op 11 november 2025 schriftelijk vastgesteld.