De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen, geboren in 2008 en 2020. De kinderen verblijven respectievelijk bij een familielid en in een pleeggezin. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag.
De moeder heeft een terugval in haar alcoholproblematiek gehad, mede veroorzaakt door stressfactoren zoals achterstallige betalingen, een echtscheidingsbeschikking en een recente woningbrand waarbij zij haar huis volledig verloor. Deze omstandigheden maken het voor haar onmogelijk om voor de kinderen te zorgen. De kinderen zijn daarom met spoed uit huis geplaatst.
De kinderrechter heeft de machtiging tot uithuisplaatsing van beide kinderen verlengd tot respectievelijk 31 maart 2026 en 1 juli 2026, omdat het belang van de verzorging en opvoeding dit vereist. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en mondeling uitgesproken op 20 oktober 2025. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na dagtekening.