ECLI:NL:RBROT:2025:13284

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 oktober 2025
Publicatiedatum
17 november 2025
Zaaknummer
C/10/708321 / JE RK 25-2099 en C/10/708330 / JE RK 25-2101
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarigen in het kader van jeugdbescherming

In deze beschikking van de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam, gedateerd 20 oktober 2025, wordt een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarigen, [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2], behandeld. De zaak betreft de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, die verzoekt om de machtiging tot uithuisplaatsing van beide kinderen te verlengen. De kinderrechter heeft de zitting met gesloten deuren gehouden, waarbij de advocaat van de moeder en een vertegenwoordiger van de GI aanwezig waren. De kinderen zijn eerder uit huis geplaatst en zijn recent weer teruggeplaatst bij de moeder, maar door een terugval in haar alcoholgebruik en andere problematische omstandigheden is de situatie opnieuw zorgwekkend.

De kinderrechter heeft vastgesteld dat de moeder, die belast is met het ouderlijk gezag, niet in staat is om voor de kinderen te zorgen. De kinderen verblijven momenteel respectievelijk bij hun oma en in een pleeggezin. De kinderrechter heeft eerder al maatregelen genomen, waaronder ondertoezichtstelling en spoedmachtigingen voor uithuisplaatsing. Gezien de ernst van de situatie, waaronder de recente woningbrand van de moeder, is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van de kinderen. De kinderrechter heeft de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 2] verlengd tot 1 juli 2026 en die van [voornaam minderjarige 1] tot 31 maart 2026, en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/708321 / JE RK 25-2099 en C/10/708330 / JE RK 25-2101
Datum uitspraak: 20 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum 1] 2008 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 1] ,
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum 2] 2020 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. S.O. Zengin uit Den Haag,
[naam vader],
hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedures

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het beschikking van de kinderrechter van 13 oktober 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de advocaat van de moeder;
- een vertegenwoordiger van de GI, mw. [persoon A] .
1.3.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige 1] in de gelegenheid gesteld om haar mening te geven. [voornaam minderjarige 1] heeft een e-mail gestuurd. De kinderrechter heeft deze e-mail ter zitting samengevat.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] .
2.2.
[voornaam minderjarige 1] verblijft bij haar oma moederszijde (mz).
2.3.
[voornaam minderjarige 2] verblijft in een pleeggezin.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 5 augustus 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 2] verlengd tot 1 juli 2026.
2.5.
Bij beschikking van 23 juni 2025 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] verlengd
tot aan haar meerderjarigheid, te weten tot 31 maart 2026.
2.6.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 13 oktober 2025 een spoedmachtiging verleend [voornaam minderjarige 2] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 10 november 2025.
2.7.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 13 oktober 2025 een spoedmachtiging verleend [voornaam minderjarige 1] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in het netwerk tot 10 november 2025.

3.De aangehouden verzoeken

3.1.
Ten aanzien van C/10/708330
De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] in het netwerk voor de duur van vier weken. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen. Aansluitend verzoekt de GI de een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] in het netwerk tot haar meerderjarigheid. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Thans dient te worden beslist op het resterende deel van de machtiging tot uithuisplaatsing.
3.2.
Ten aanzien van C/10/708321
De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg te verlenen voor de duur van vier weken. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen. Aansluitend verzoekt de GI een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Thans dient te worden beslist op het resterende deel van de machtiging tot uithuisplaatsing.

4.De standpunten

4.1.
De GI heeft beide verzoeken ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. De kinderen zijn eerder al uit huis geplaatst geweest en daarna weer teruggegaan naar de moeder. Bij de terugplaatsing waren er nog wel wat zorgen. [voornaam minderjarige 2] is in september gestart met school, maar moeder heeft haar nauwelijks naar school gebracht. Vervolgens heeft zij een terugval in alcoholgebruik en heeft er een woningbrand plaatsgevonden.
4.2.
Door en namens de moeder is ingestemd met het verzoek ten aanzien van [voornaam minderjarige 1] en verzocht om ten aanzien van [voornaam minderjarige 2] de machtiging voor een kortere duur, te weten voor zes maanden, te verlengen. Het klopt dat de moeder een terugval heeft gehad in haar alcoholproblematiek. Dit komt voort uit een samenloop van omstandigheden. De moeder ervaart veel stress van de achterstallige betalingen en heeft ook de echtscheidingsbeschikking ontvangen waarin is bepaald dat de vader niet mee hoeft te betalen aan het onderhoud van de kinderen. Daar komt bij dat het huis van de moeder zeer recent volledig is afgebrand en zij ternauwernood kon ontsnappen. De moeder realiseert zich dat dat zij in detox moet en dat zij op dit moment geen dak boven haar hoofd heeft en dat de kinderen daardoor voorlopig niet terug naar haar kunnen.

5.De beoordeling

5.1.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 2] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. [1]
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat er al langere tijd zorgen zijn over de opvoedsituatie bij de moeder, mede door haar alcoholverslaving. Nadat moeder positieve stappen had gezet zijn de kinderen recent weer thuis geplaatst. Recent is de moeder weer teruggevallen in haar alcoholgebruik, waardoor zij niet langer in staat is om voor de kinderen te zorgen. De oorzaak van deze terugval zou gelegen zijn in de stress die de moeder ervaart op verschillende leefgebieden. De kinderen zijn daarop met spoed uit huis geplaatst. Enkele dagen na de uithuisplaatsing is de woning van de moeder volledig afgebrand, waardoor zij nu geen dak meer boven haar hoofd heeft. Voor de moeder treedt daardoor een onzekere periode aan, waarbij zij haar leven op meerdere fronten weer op de rails moet zien te krijgen. De moeder dient opnieuw in behandeling te gaan voor haar alcoholproblematiek, zal financieel stappen moeten gaan zetten en zal vervangende woonruimte moeten vinden. Gelet op de hevigheid van de problematiek is het niet realistisch dat de kinderen op korte termijn weer terug naar de moeder kunnen gaan. De kinderrechter zal dan ook de machtiging tot uithuisplaatsing voor beide kinderen verlengen voor de verzochte duur.
5.3.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg tot 1 juli 2026;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] in het netwerk tot 31 maart 2026;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2025 door mr. M.A. van der Laan-Kuijt, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.C.J. Holierhoek als griffier, en op schrift gesteld op 24 oktober 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek.