De rechtbank Rotterdam heeft op 18 november 2025 een tussenbeslissing genomen in de ontnemingszaak tegen de verdachte, die eerder is veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie en andere strafbare feiten in de periode augustus 2018 tot oktober 2019. De officier van justitie had een vordering ingediend tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van €1.477.868,-, gebaseerd op een rapport van de Nederlandse Arbeidsinspectie.
Het vonnis in de strafzaak leidde tot een ander oordeel over de periode waarover het wederrechtelijk verkregen voordeel berekend kon worden. Zo kon niet worden vastgesteld dat e-learning via vooraf opgenomen video's in de periode van 2 juli 2018 tot 1 juni 2019 onrechtmatig was, en evenmin dat DUO ten onrechte vergoedingen had verstrekt vanaf 1 juni 2019. Ook voor de periode voorafgaand aan 2 juli 2018 waren er geen aanwijzingen voor strafbaar handelen.
Hierdoor is de basis voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel komen te vervallen. De officier van justitie verzocht daarom om aanhouding van de ontnemingszaak en nadere conclusiewisselingen. De rechtbank heeft daarop het onderzoek heropend, het onderzoek geschorst en nieuwe termijnen gesteld voor het indienen van conclusies van eis, antwoord, repliek en dupliek. Tevens is een nieuwe zitting gepland waarop partijen hun standpunten nader kunnen onderbouwen.
De rechtbank benadrukt het belang van strikte naleving van de termijnen vanwege proceseconomische redenen en beveelt dat de verdachte met tijdige kennisgeving aan zijn raadsman zal worden opgeroepen voor de nadere terechtzitting.