De rechtbank Rotterdam heeft op 18 november 2025 een tussenvonnis gewezen in de ontnemingszaak tegen de verdachte, die eerder veroordeeld werd voor deelname aan een criminele organisatie en andere strafbare feiten in de periode augustus 2018 tot oktober 2019. De officier van justitie had een vordering ingediend tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van bijna drie miljoen euro.
In het strafvonnis werd echter geoordeeld dat voor een deel van de periode niet kon worden vastgesteld dat de vergoeding van lesuren door DUO onrechtmatig was, waardoor de basis voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel kwam te vervallen. Hierdoor is de officier van justitie verzocht om de ontnemingszaak aan te houden en nadere conclusies uit te wisselen.
De rechtbank heeft daarom het onderzoek heropend en de procedure geschorst voor onbepaalde tijd. Nieuwe termijnen voor het indienen van conclusies van eis en antwoord, repliek en dupliek zijn vastgesteld, met een afsluitende zitting op een nader te bepalen datum. De rechtbank benadrukt het belang van strikte naleving van deze termijnen om proceseconomische redenen.
Deze tussenbeslissing volgt op het vonnis van dezelfde dag in de strafzaak en is gebaseerd op het rapport van de Nederlandse Arbeidsinspectie over de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel.