De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht de rechtbank om de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige te verlengen. De minderjarige verblijft sinds enige tijd bij de grootouders moederszijde, waar een prille positieve ontwikkeling wordt gezien. De moeder en grootouders zijn betrokken en werken samen, waarbij de grootouders de praktische zorg en ondersteuning regelen.
De kinderrechter constateert dat de minderjarige in het verleden veelvuldig van verblijfplaats is gewisseld, wat onrust en onveiligheid veroorzaakte. Hoewel er sprake is van een bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarige, is deze bedreiging inmiddels deels verminderd door de stabiele verblijfplaats bij de grootouders en de herstart van de schoolgang.
De kinderrechter weegt mee dat de hulpverlening in het vrijwillige kader goed verloopt en dat verdere betrokkenheid van de gecertificeerde instelling weerstand oproept en ruis veroorzaakt. Gezien deze omstandigheden is de ondertoezichtstelling niet langer doelmatig of noodzakelijk. Daarom wordt het verzoek van de gecertificeerde instelling afgewezen en wordt de mogelijkheid geboden om de positieve ontwikkelingen voort te zetten zonder gedwongen maatregelen.
Omdat het verzoek tot ondertoezichtstelling wordt afgewezen, wordt niet inhoudelijk op het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing ingegaan. De uitspraak is gedaan door kinderrechter K.T.F. Chocolaad-de Bos op 16 oktober 2025.