Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding, met bijlagen;
- de mail van de bewindvoerder van 4 november 2025, met bijlagen;
- de spreekaantekeningen van partijen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De huurder, die sinds 2017 een sociale huurwoning huurt, zit sinds september 2024 langdurig in detentie en heeft daardoor niet meer zijn hoofdverblijf in de woning. Daarnaast heeft hij een aanzienlijke huurachterstand van €6.581,40 tot en met september 2025. De verhuurder vordert ontruiming van de woning en betaling van de achterstand en lopende huur.
De bewindvoerder van de huurder betwist het spoedeisend belang en wijst op persoonlijke omstandigheden van de huurder, zoals re-integratie en omgang met zijn dochter, en stelt dat de achterstand deels oud is en de lopende huur wordt betaald door familie. De kantonrechter oordeelt dat de belangen van de verhuurder zwaarder wegen vanwege de leegstand van een schaarse sociale huurwoning en de aanzienlijke huurachterstand.
De kantonrechter stelt vast dat de huurder ernstig tekortschiet in zijn verplichtingen, zowel door het ontbreken van hoofdverblijf als door de huurachterstand. De persoonlijke omstandigheden van de huurder wegen niet op tegen het belang van de verhuurder. Daarom wordt de huurder veroordeeld tot ontruiming binnen vijf dagen na betekening van het vonnis en wordt de bewindvoerder veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, de lopende huur tot ontruiming en de proceskosten.
Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd. De beslissing is genomen na een kort gedingprocedure en is gebaseerd op de spoedeisendheid en de waarschijnlijkheid dat de huurovereenkomst in een bodemprocedure zal worden ontbonden.
Uitkomst: De huurder moet de woning ontruimen en de bewindvoerder moet de huurachterstand, lopende huur en proceskosten betalen.