Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding, met bijlagen;
- de mail van de bewindvoerder van 4 november 2025, met bijlagen;
- de spreekaantekeningen van partijen.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam op 19 november 2025 uitspraak gedaan in een kort geding tussen een verhuurder en de bewindvoerder van een huurder die in detentie zit. De verhuurder, eiseres, heeft de ontruiming van de woning geëist en betaling van een huurachterstand van € 6.581,40. De huurder, [persoon A], heeft de woning sinds september 2024 niet meer als hoofdverblijf, wat in strijd is met de huurvoorwaarden. De kantonrechter oordeelt dat de huurder ernstig tekortschiet in zijn verplichtingen, zowel door het ontbreken van hoofdverblijf als door de aanzienlijke huurachterstand. De persoonlijke omstandigheden van de huurder, zoals zijn re-integratie en omgang met zijn dochter, wegen niet op tegen de belangen van de verhuurder, die verantwoordelijk is voor het beschikbaar stellen van sociale huurwoningen. De kantonrechter heeft de vorderingen van de verhuurder toegewezen, waarbij de huurder binnen vijf dagen de woning moet ontruimen en de bewindvoerder moet betalen voor de huurachterstand en de lopende huur tot de ontruiming. De proceskosten komen voor rekening van de bewindvoerder. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, wat betekent dat het onmiddellijk kan worden uitgevoerd, ook als er hoger beroep wordt aangetekend.