In deze civiele procedure vordert Jansen B.V. betaling van een openstaande factuur van Zwapex Afdichtingstechnieken. Zwapex Holding verzoekt om voeging of voorwaardelijke tussenkomst in de hoofdzaak, stellende dat zij belang heeft vanwege een vermeende groepsbrede verrekeningsafspraak met Jansen.
De rechtbank oordeelt dat Zwapex Holding voldoende belang heeft bij voeging aan de zijde van Zwapex Afdichtingstechnieken, omdat haar rechtspositie geraakt kan worden door de uitkomst van de procedure. De voeging wordt daarom toegewezen, ondanks mogelijke vertraging die niet onredelijk wordt geacht.
De voorwaardelijke tussenkomst wordt afgewezen omdat Zwapex Holding geen zelfstandig belang kan aantonen bij de uitkomst van de procedure, nu haar vermeende vordering losstaat van de hoofdzaak en zij zonder verrekening een aparte procedure kan starten. Bovendien zou tussenkomst de procedure onnodig vertragen en compliceren.
De proceskosten van het incident worden gecompenseerd en de zaak wordt aangehouden tot de conclusie van antwoord van Zwapex Afdichtingstechnieken en Zwapex Holding. Uitvoerbaarheid bij voorraad wordt niet toegewezen.