Partijen zijn gehuwd sinds 2022 en hebben twee minderjarige kinderen. Zij hebben een co-ouderschapsregeling getroffen waarbij elk kind een hoofdverblijfplaats bij een van de ouders heeft en zij beiden in dezelfde woonplaats blijven wonen. De man en vrouw verzoeken beiden het huurrecht van de echtelijke woning toe te wijzen.
De rechtbank overweegt dat het belang van beide partijen vergelijkbaar is, maar dat de vrouw het huurrecht nodig heeft om de gemaakte afspraken over de woonplaats van de kinderen na te komen. De man kan bij zijn vader verblijven in dezelfde woonplaats en beschikt over een auto, waardoor hij de kinderen kan vervoeren. De vrouw is aangewezen op het openbaar vervoer, wat minder in het belang van de kinderen is.
Verder is vastgesteld dat partijen in beperkte gemeenschap van goederen zijn gehuwd en de verdeling van de gemeenschap grotendeels is geregeld. De rechtbank wijst de echtscheiding toe, neemt het ouderschapsplan op in de beschikking en kent het huurrecht toe aan de vrouw met ingang van de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking. De proceskosten worden ieder door eigen partij gedragen.