3.2.Gezag
3.2.1.De vrouw verzoekt – na aanvulling – te bepalen dat het gezag over de minderjarigen na ontbinding van het geregistreerd partnerschap alleen aan haar toekomt.
3.2.2.De man stemt in met het verzoek ten aanzien van [minderjarige 2] . Hij voert gemotiveerd verweer ten aanzien van [minderjarige 1] .
3.2.3.Gelet op het feit dat voor [minderjarige 2] en [minderjarige 1] ten aanzien van de beëindiging van het gezamenlijk gezag verschillende wetsbepalingen van toepassing zijn, zal de rechtbank het verzoek van de vrouw hieronder behandelen als twee afzonderlijke verzoeken, een ten aanzien van [minderjarige 2] en een ten aanzien van [minderjarige 1] .
3.2.4.De rechtbank stelt vast dat de man niet de biologische vader is van [minderjarige 2] en ook geen ‘ouder’ in de zin van de wet. Hij heeft samen met de vrouw en op gezamenlijk verzoek het ouderlijk gezag over [minderjarige 2] verkregen op grond van het bestaan van een nauwe persoonlijke betrekking met [minderjarige 2] , conform artikel 1:253t BW.
3.2.5.Op grond van artikel 1:253v BW, derde lid, is artikel 1:253n BW van overeenkomstige toepassing. In het derde lid van artikel 1:253v BW staat verder dat de rechtbank geen beslissing geeft tot beëindiging van het gezamenlijk gezag, bedoeld in artikel 1:253t BW, dan nadat zij de ouders of de niet met het gezag belaste ouder in de gelegenheid heeft gesteld te verzoeken in het belang van het kind de ouders gezamenlijk met het gezag over het kind te belasten of de niet met het gezag belaste ouder daarmee te belasten.
3.2.6.Zoals ook met partijen is besproken tijdens de mondelinge behandeling, constateerde de rechtbank dat voornoemde gelegenheid nog niet was geboden aan de (juridisch) vader van [minderjarige 2] , die ook haar biologisch vader is. De rechtbank heeft dan ook na afloop van de mondelinge behandeling een brief verzonden naar de juridisch vader om hem deze gelegenheid alsnog te bieden. De juridisch vader heeft van deze gelegenheid geen gebruikgemaakt. Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook voldaan aan het in artikel 1:253v BW, derde lid, genoemde vereiste.
3.2.7.Op grond van het van overeenkomstige toepassing zijnde artikel 1:253n BW kan de rechtbank het gezamenlijk gezag beëindigen indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een wijziging van omstandigheden in de zin van artikel 1:253n BW, inhoudende dat de man niet meer betrokken is in het leven van [minderjarige 2] . Het verzoek kan dan ook inhoudelijk worden beoordeeld.
3.2.8.Ingevolge artikel 1:253n BW, tweede lid, jo. 1:251a BW wijst de rechtbank het verzoek toe indien:
er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de man en de vrouw en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd onvoldoende verbetering zou komen, of
wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
3.2.9.Gebleken is dat de man en [minderjarige 2] al een hele tijd geen contact meer elkaar hebben. Hun verstandhouding is verslechterd door gebeurtenissen uit het verleden. [minderjarige 2] heeft aan de kinderrechter verteld dat ze bang is voor de man, geen contact meer met hem wil en dat ze het fijn zou vinden als alleen haar moeder belangrijke beslissingen over haar mag nemen. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wijziging van het gezag over [minderjarige 2] anderszins in haar belang noodzakelijk is. Bij voorgaand oordeel heeft de rechtbank ook in aanmerking genomen dat de man het eens is met de vrouw dat het in het belang van [minderjarige 2] is dat de vrouw voortaan het eenhoofdig gezag over haar uitoefent. Het verzoek van de vrouw met betrekking tot [minderjarige 2] zal dan ook worden toegewezen.
3.2.10.Van [minderjarige 1] is de man wel de biologisch en ook de juridisch vader. Hij en de vrouw hebben het gezamenlijk ouderlijk gezag van rechtswege verkregen in verband met hun geregistreerd partnerschap, conform artikel 1:253aa BW, eerste lid. In het tweede lid van voornoemd artikel staat dat de bepalingen met betrekking tot het gezamenlijk gezag van gehuwde en gehuwd geweest zijnde ouders van overeenkomstige toepassing zijn bij ouders met een geregistreerd partnerschap. Er staat ook dat de ouders die gezamenlijk het gezag hebben, dit gezag na ontbinding van het geregistreerd partnerschap gezamenlijk blijven uitoefenen.
3.2.11.Op grond van het van overeenkomstige toepassing zijnde artikel 1:253n BW kan de rechtbank het gezamenlijk gezag beëindigen indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een wijziging van omstandigheden, inhoudende dat de man de vrouw heeft mishandeld en bedreigd, en daar ook voor is veroordeeld en de relatie tussen de man en de vrouw feitelijk is geëindigd. De rechtbank zal daarom overgaan tot de inhoudelijke beoordeling.
3.2.12.Het gezamenlijk gezag kan na ontbinding van het geregistreerd partnerschap anders dan door de dood op grond van het van overeenkomstige toepassing zijnde artikel 1:251a worden beëindigd als er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren dreigt te raken tussen de ouders en dat niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen, of wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. Doet dit zich voor dan bepaalt de rechtbank aan wie van de ouders voortaan het gezag over de minderjarige toekomt.
3.2.13.Voor gezamenlijk gezag is vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening. Zij moeten hiervoor belangrijke beslissingen over hun kinderen samen kunnen nemen of in ieder geval in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond het kind kunnen voordoen. De man heeft aangegeven dat hij niet goed weet of hij dit kan. Hoewel het ontbreken van een goede communicatie tussen de ouders niet zonder meer met zich brengt dat er geen gezamenlijk gezag kan worden behouden, acht de rechtbank dit met de raad wel van groot belang. Zoals de raad tijdens de mondelinge behandeling naar voren heeft gebracht zijn ouders op dit moment te ver van elkaar verwijderd om gezamenlijk gezagsbeslissingen te kunnen nemen over [minderjarige 1] . De verstandhouding van partijen is zeer verslechterd door de gedragingen van de man. De vrouw is door hem bedreigd en mishandeld en als gevolg daarvan is zij zeer angstig geworden voor de man. Deze angst is versterkt doordat de man het aan hem opgelegde contactverbod heeft geschonden. De vrouw heeft in dat kader aangegeven dat ze bijvoorbeeld niet wil dat de man weet waar zij op vakantie is met de kinderen, hetgeen nodig is voor het verkrijgen van toestemming van de man voor een reis naar het buitenland met de minderjarigen. De rechtbank acht dit, gelet op alles wat er is gebeurd, zeer invoelbaar. Uit de stukken blijkt dat de man zich nog veel bezighoudt met de vrouw. Tijdens de mondelinge behandeling is dit onder meer gebleken uit de opmerking van de man dat hij ongerust werd bij het zien van een foto van de vrouw met een andere man op een datingsite. Hij vond het daarom nodig om de bij partijen en de minderjarigen betrokken hulpverlening hierover te informeren. Dit gedrag acht de rechtbank niet in het belang van de minderjarigen. De man kampt met ernstige verslavingsproblematiek en is al lange tijd bezig met zijn herstel. Dit gaat, zoals hij zelf tijdens de mondelinge behandeling naar voren heeft gebracht, met vallen en opstaan. Hij ziet in dat de vrouw en de minderjarigen behoefte hebben aan rust, maar weet niet hoe hij deze rust kan creëren. Dat de man nog een weg te gaan heeft om zijn zaken op orde te krijgen en een stabiele vader te zijn voor [minderjarige 1] , blijkt ook uit het verloop van de omgang met hem. De omgang wordt al gedurende zeer lange tijd begeleid door Coachpoint. Vanwege de dreigende onveiligheid van [minderjarige 1] acht Coachpoint fysieke omgang, ondanks dat deze begeleid zou worden, niet in het belang van [minderjarige 1] , zodat hij op dit moment alleen belcontacten heeft met zijn vader. Ook die belcontacten bleken niet goed te verlopen doordat de man [minderjarige 1] belastte met bepaalde uitingen, waardoor deze belcontacten inmiddels begeleid worden door twee begeleiders.
Het voorgaande in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank beëindiging van het gezamenlijk gezag noodzakelijk in het belang van [minderjarige 1] . De vrouw zal alleen worden belast met het ouderlijk gezag, haar verzoek wordt toegewezen.