ECLI:NL:RBROT:2025:13418

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
5 november 2025
Publicatiedatum
19 november 2025
Zaaknummer
C/10/707909 / KG ZA 25-1001
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 RvArt. 32 RvArt. 19 RvArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoeken tot verbetering en aanvulling vonnis kort geding

In deze zaak heeft gedaagde verzocht om verbetering en aanvulling van het vonnis van 23 oktober 2025, waarbij onder meer werd gevraagd om toelichting over de betrokkenheid van bepaalde producties en verduidelijking over de opheffing van het bankbeslag.

De voorzieningenrechter overweegt dat het verzoek tot aanvulling niet kan worden gehonoreerd omdat het vonnis al beslissingen en motivering bevat na afsluiting van het partijdebat, en een toelichting niet verplicht is op grond van artikel 19 Rv Pro of artikel 6 EVRM Pro.

Daarnaast is het verzoek tot verbetering afgewezen omdat er geen sprake is van een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere eenvoudige fout die direct duidelijk is voor partijen en derden. De verzoeken zijn daarom afgewezen.

Het vonnis is gewezen door de voorzieningenrechter Hofmeijer-Rutten en op 5 november 2025 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Verzoeken tot verbetering en aanvulling van het vonnis worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/707909 / KG ZA 25-1001
Herstelvonnis in kort geding van 5 november 2025
in de zaak van
[eiseres],
wonende op een geheim adres,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres],
advocaat: mr. T. Erdal,
tegen
[gedaagde],
wonende te Maassluis,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
verschenen in persoon.

1.Het verzoek tot verbetering

1.1.
Op 23 oktober 2025 heeft [gedaagde] per e-mail verzocht om een afschrift van producties 8 tot en met 10 van [eiseres] en de voorzieningenrechter verzocht toe te lichten of en in hoeverre deze stukken bij de beslissing zijn betrokken. De verzochte producties zijn door de griffie vervolgens aan [gedaagde] verstrekt.
1.2.
Vervolgens heeft [gedaagde] bij e-mail van 30 oktober 2025 verzocht om verduidelijking en verbetering van het vonnis van 23 oktober 2025, in die zin dat wordt uitgelegd of uitsluitend het bankbeslag is opgeheven en dat het vonnis wordt verbeterd, omdat er nog geen gelden aan de deurwaarder zijn afgedragen.
1.3.
De voorzieningenrechter heeft (de advocaat van) [eiseres] in de gelegenheid gesteld zich over de verzoeken uit te laten. Zij heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

2.De beoordeling

Het verzoek van 23 oktober 2025
2.1.
De voorzieningenrechter vat het verzoek van [gedaagde] van 23 oktober 2025 op als een verzoek tot aanvulling van het vonnis van 23 oktober 2025. Artikel 32 Rv Pro schrijft voor dat de rechter het vonnis te allen tijde op verzoek van een partij aanvult als over een onderdeel van het gevorderde geen beslissing is genomen.
2.2.
Voor aanvulling van het vonnis bestaat geen grond. Wat [gedaagde] verzoekt gaat de reikwijdte van artikel 32 Rv Pro te buiten. Het vonnis bevat een of meer beslissingen en de motivering daarvan, een en ander na afsluiting van het partijdebat. Een toelichting op het vonnis wordt niet verstrekt. Art.19 Rv Pro en/of art. 6 EVRM Pro bieden ook geen basis voor een dergelijke toelichting.
Het verzoek van 30 oktober 2025
2.3.
Op grond van artikel 31 Rv Pro kan een uitspraak worden verbeterd als sprake is van een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout, die zich voor eenvoudig herstel leent. Volgens de memorie van toelichting bij dit artikel is het criterium dat voor partijen en derden direct (op het eerste gezicht) duidelijk is dat van een vergissing sprake is.
2.4.
Van het voorgaande is naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen sprake. Ook hier geldt dat toelichtingen niet worden verstrekt.
2.5.
De verzoeken van [gedaagde] worden dan ook afgewezen.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter
3.1.
wijst de verzoeken om verbetering en aanvulling van het op 23 oktober 2025 tussen [eiseres] en [gedaagde] gewezen vonnis af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2025. 3608/106