Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan acht schuldeisers, waarbij volledige kwijtschelding wordt gevraagd op basis van haar Participatiewet-uitkering. Vijf schuldeisers stemden in, drie weigerden. De rechtbank beoordeelde of de weigering van deze drie schuldeisers redelijk was, mede gelet op de persoonlijke en medische omstandigheden van verzoekster en de financiële situatie.
De rechtbank stelde vast dat verzoekster geen betaald werk heeft en door persoonlijke omstandigheden en medische problematiek niet in staat is haar afloscapaciteit te verhogen. Schuldhulpverlening bevestigde dat verbetering op korte termijn niet verwacht wordt. De rechtbank achtte aannemelijk dat verzoekster vanaf aanmelding ontheven had moeten worden van inspanningsplicht. Er is geen vermogen dat waarde oplevert voor schuldeisers.
De rechtbank concludeerde dat het belang van verzoekster en het voorkomen van onnodige kosten voor de Staat zwaarder wegen dan de belangen van de weigeraars, die ook bij een alternatieve Wsnp-regeling geen uitkering kunnen verwachten. Daarom werd het dwangakkoord toegewezen en het subsidiaire verzoek tot schuldsaneringsregeling afgewezen. De weigeraars werden veroordeeld in de proceskosten.