ECLI:NL:RBROT:2025:13455

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
5 november 2025
Publicatiedatum
20 november 2025
Zaaknummer
FT RK 25/1361
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing van een verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) voor een persoon in een problematische schuldensituatie

Op 5 november 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende de heer [verzoeker], die zich in een problematische schuldensituatie bevindt. De heer [verzoeker] heeft een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). De rechtbank heeft dit verzoek toegewezen, maar heeft geen eerdere ingangsdatum vastgesteld, omdat niet duidelijk was of de heer [verzoeker] aan zijn inspanningsverplichting had voldaan voor 16 oktober 2025. Tijdens de zitting op 29 oktober 2025 waren de heer [verzoeker], zijn beschermingsbewindvoerder mevrouw W.A. Balgobind, en een begeleider van het Centrum voor Dienstverlening aanwezig.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de heer [verzoeker] niet eerder een buitengerechtelijke schuldregeling heeft geprobeerd, wat in dit geval niet noodzakelijk was gezien de omstandigheden. De rechtbank oordeelde dat de heer [verzoeker] ontvankelijk is in zijn verzoek, omdat er voldoende aannemelijk was dat een buitengerechtelijke regeling niet haalbaar was. De rechtbank heeft ook de duur van de Wsnp-regeling vastgesteld op 18 maanden, met een ingangsdatum van 5 november 2025. De rechtbank benoemde mr. E.A. Vroom als rechter-commissaris en R. Springer als bewindvoerder.

De rechtbank heeft de verplichtingen van de heer [verzoeker] tijdens de Wsnp uiteengezet, waaronder de informatieverplichting en de inspanningsverplichting. De rechtbank heeft ook de procedure voor de bewindvoerder en de rechter-commissaris beschreven, evenals de gevolgen van het voldoen aan de verplichtingen, waaronder de mogelijkheid van een 'schone lei' aan het einde van de regeling. Tegen deze uitspraak kan binnen acht dagen hoger beroep worden ingesteld.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
[insolventienummer]
vonnis van: 5 november 2025
op het verzoek van:
[verzoeker],
wonende te [adres] ,
[postcode] [plaats] .
Waar deze zaak over gaat
De heer [verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft de heer [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank ziet geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
De heer [verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 29 oktober 2025. Op de zitting zijn verschenen:
- de heer [verzoeker] ,
- mevrouw W.A. Balgobind, beschermingsbewindvoerder,
- mevrouw [persoon A] , begeleider van Centrum voor Dienstverlening.

2.De beoordeling

Ontvankelijkheid
2.1.
Om toegelaten te worden tot de Wsnp, moet de heer [verzoeker] in beginsel eerst een poging hebben gedaan om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen. Dit vereiste vervalt als aannemelijk is dat het niet mogelijk is om tot een dergelijke regeling te komen.
2.2.
Uit het verzoekschrift blijkt dat schuldhulpverlening namens de heer [verzoeker] geen aanbod heeft gedaan aan de schuldeisers. In plaats daarvan is direct een Wsnp-verzoek ingediend. De reden hiervoor is dat gebleken is dat er tijdens het minnelijk traject schulden zijn opgekomen die niet zijn meegenomen in het minnelijk traject.
2.3.
De rechtbank is van oordeel dat in deze specifieke situatie voldoende aannemelijk is dat niet tot een buitengerechtelijke schuldregeling kan worden gekomen. De rechtbank neemt hierbij in overweging dat de beschermingsbewindvoerder heeft getracht de schulden in kaart te brengen, nadat bleek dat de schuldenlijst van schuldhulpverlening van de gemeente [plaats] sterk afweek van de gegevens die de beschermingsbewindvoerder tot haar beschikking had. De heer [verzoeker] is daarom ontvankelijk in zijn verzoek.
De toelating
2.1.
De heer [verzoeker] kan worden toegelaten tot de Wsnp als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat de heer [verzoeker] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
2.2.
De heer [verzoeker] wordt daarom toegelaten tot de Wsnp.
Bevoegdheid
2.3.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van de heer [verzoeker] in Nederland ligt.
Duur
2.4.
De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: looptijd) op 18 maanden.
De ingangsdatum
2.5.
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
2.6.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.7.
De rechtbank stelt vast dat de heer [verzoeker] niet heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum, terwijl ook overigens op basis van de ingediende stukken en dat wat op de zitting is besproken niet kan worden vastgesteld dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan. Er is een beschikking van de uitkerende instantie overgelegd waaruit blijkt dat de heer [verzoeker] vanaf 16 oktober 2025 is vrijgesteld van zijn inspanningsverplichting. Er zijn geen stukken overgelegd met betrekking tot de periode vóór 16 oktober 2025. De rechtbank kan niet vaststellen of de heer [verzoeker] vóór 16 oktober 2025 heeft voldaan aan zijn inspanningsverplichting. Bovendien heeft de heer [verzoeker] een rechtstreeks verzoek tot toepassing van de WSNP ingediend zonder dat er in het minnelijk traject een aanbod is gedaan aan de schuldeisers. De rechtbank ziet daarom in dit geval geen aanknopingspunten om een eerdere ingangsdatum te bepalen.

3.De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

3.1.
De verplichtingen waaraan de heer [verzoeker] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
3.2.
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of de heer [verzoeker] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
3.3.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw). De boedel omvat alle bezittingen die de heer [verzoeker] nu heeft en wat hij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw). De heer [verzoeker] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
3.4.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
3.5.
De eerste 13 maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan de heer [verzoeker] .
3.6.
Als de heer [verzoeker] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op de heer [verzoeker] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] -1986 te [geboortedatum] ,
wonende te [adres] , [postcode] [plaats] ;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. E.A. Vroom,
en tot bewindvoerder R. Springer,
gevestigd te Postbus 2888,
2601 CW Delft;
  • stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 5 november 2025 en de duur op 18 maanden en bepaalt de einddatum van de looptijd daarmee op 5 mei 2027;
  • draagt de bewindvoerder op de post van de heer [verzoeker] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. E.A. Vroom rechter, in samenwerking met C. van der Velde, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 november 2025. [1]