Mevrouw [verzoekster] heeft een verzoek ingediend tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) vanwege problematische schulden. De rechtbank oordeelt dat zij ontvankelijk is omdat het niet mogelijk is om binnen afzienbare termijn een buitengerechtelijke schuldregeling te treffen, mede door het ontbreken van een deugdelijke administratie en verergering van de schuldenproblematiek.
Hoewel een deel van de schulden niet te goeder trouw is ontstaan, wordt op grond van de hardheidsclausule besloten mevrouw toch toe te laten tot de Wsnp. De rechtbank stelt de looptijd van de regeling vast op 18 maanden, ingaand op de datum van het vonnis 5 november 2025.
Het verzoek om een eerdere ingangsdatum per 1 maart 2025 wordt afgewezen omdat het VTLB niet correct is ingevuld, met name ontbreken stukken van de partner en is het kindgebonden budget niet meegenomen. Hierdoor kan niet worden vastgesteld of aan de afdrachtplicht is voldaan.
De rechtbank benoemt een bewindvoerder en rechter-commissaris en licht de verplichtingen van de schuldenaar binnen de Wsnp toe, waaronder de afdrachtverplichting en het beheer van de boedel. Bij volledige naleving van de verplichtingen volgt een schone lei na afloop van het traject.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na uitspraak, uitsluitend door een advocaat in te dienen bij het gerechtshof.