Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de man, ingekomen op 16 april 2025;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoekschrift met bijlagen, ingekomen op
- de berichten met bijlagen van de vrouw, beide van 7 oktober 2025;
- het bericht met bijlage van de man van 8 oktober 2025;
- het bericht met bijlage van de vrouw van 16 oktober 2025;
- het bericht met bijlage van de man van 16 oktober 2025.
- de man met zijn advocaat en
- de vrouw met haar advocaat.
2.De vaststaande feiten
- Het gezinsinkomen is in 2018 € 2.281,-;
- De kosten van [minderjarige] bedragen € 328,-;
- Het gezinsinkomen minus de kosten van het kind komt neer op € 1.953,- per maand, hiervan 60% ter bepaling van de behoefte van de vrouw is € 1.172,- netto per maand;
- De draagkracht van de man ten behoeve van kinderalimentatie is € 292,- per maand (met toepassing van een zorgkorting van 25%);
- De draagkracht van de man ten behoeve van partneralimentatie is € 199,-netto per maand, gebruteerd is dit € 327,- per maand;
- Partijen gaan een schuldhulpverleningsperiode in waardoor geen partneralimentatie wordt betaald;
- Na de schuldhulpverleningsperiode vindt een nieuwe berekening plaats.
3.De beoordeling
De rechtbank verwijst naar het rapport en beschouwt de vrouw als een ouder die inkomen heeft, waarbij een minimumdraagkracht van € 25,- per maand wordt aangenomen.
€ 158,- bruto per maand.