De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek tot wijziging van de kinderbijdrage tussen de ouders van twee minderjarige kinderen. De oorspronkelijke beschikking dateerde van 30 november 2017, waarin een bijdrage van €147 per maand per kind was vastgesteld. De vrouw verzocht om verhoging van deze bijdrage met ingang van 1 oktober 2024.
De rechtbank stelde vast dat sprake was van een rechtens relevante wijziging van omstandigheden en voerde een volledige herbeoordeling uit. De kinderbijdrage werd over drie perioden berekend: van 24 oktober 2024 tot 1 januari 2025, van 1 januari 2025 tot 1 juni 2025, en vanaf 1 juni 2025. Hierbij werd rekening gehouden met het netto besteedbaar inkomen van beide ouders, de behoefte van de kinderen en een zorgkorting.
De man was vanaf 1 juni 2025 in loondienst getreden na een periode van lagere winst uit onderneming. De vrouw had tijdelijk meer verdiend, maar dit werd niet als structureel beschouwd. De rechtbank kende een zorgkorting van 5% toe vanwege het huidige contact tussen man en kinderen. De bijdrage van de man werd vastgesteld op respectievelijk €358, €191 en €205 per maand per kind voor de drie perioden. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening genomen.