Verzoekster bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Omdat zij geen afloscapaciteit heeft en al langdurig onder beschermingsbewind staat, is het minnelijk traject overgeslagen. De rechtbank oordeelt dat het aannemelijk is dat niet binnen afzienbare termijn een buitengerechtelijke regeling kan worden getroffen.
De rechtbank stelt vast dat verzoekster voldoet aan de voorwaarden voor toelating tot de Wsnp, waaronder te goeder trouw zijn en het ontbreken van afloscapaciteit door 80-100% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank bepaalt de ingangsdatum van de regeling op 4 juni 2025, de datum van de artikel 285-verklaring, en stelt de looptijd vast op 18 maanden.
Er wordt een bewindvoerder benoemd die toezicht houdt op de naleving van de Wsnp-verplichtingen en de boedel beheert. Tevens wordt een rechter-commissaris benoemd voor toezicht op de bewindvoerder. De regeling eindigt met een schone lei indien aan alle verplichtingen is voldaan. Tegen de uitspraak staat hoger beroep open.