In deze zaak vordert de verhuurder, Stichting Hef Wonen, de ontbinding van de huurovereenkomst met de huurder, [ter bewind gestelde], en de ontruiming van de woning vanwege ernstige overlast die de huurder sinds 2019 zou veroorzaken. De huurder huurt sinds 31 juli 2015 een woning van Hef Wonen, aanvankelijk in het kader van zorgbegeleiding en later op basis van een reguliere huurovereenkomst. Hef Wonen stelt dat de huurder zich schuldig maakt aan vernielingen, bedreigingen en geluidsoverlast, wat leidt tot een ernstige verstoring van de woonomgeving voor omwonenden. De kantonrechter heeft de zaak op 17 juli 2025 behandeld, waarbij zowel de verhuurder als de huurder en hun gemachtigden aanwezig waren.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat de huurder structureel ernstige overlast heeft veroorzaakt en dat er geen reden is om aan te nemen dat deze overlast zal stoppen. De rechter heeft de huurovereenkomst ontbonden op basis van artikel 6:265 lid 1 BW, dat ontbinding mogelijk maakt bij tekortkomingen in de nakoming van de overeenkomst. De rechter heeft ook geoordeeld dat de belangen van de verhuurder zwaarder wegen dan die van de huurder, vooral gezien de langdurige overlast en het gebrek aan verbetering in het gedrag van de huurder.
De rechter heeft ZEKER Financiële Zorgverlening B.V., die als bewindvoerder optreedt voor de huurder, veroordeeld om de woning binnen 14 dagen te ontruimen en een huurachterstand van € 2.023,44 te betalen. Daarnaast moet ZEKER een gebruiksvergoeding van € 622,87 per maand betalen tot de ontruiming. De proceskosten zijn ook voor rekening van ZEKER, die in totaal € 998,57 moet betalen aan Hef Wonen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, wat betekent dat de verhuurder direct kan overgaan tot ontruiming en het innen van de huurachterstand, ongeacht een mogelijk hoger beroep.