ECLI:NL:RBROT:2025:13532

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 november 2025
Publicatiedatum
21 november 2025
Zaaknummer
ROT 24/7410
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om afgifte kentekenplaten zonder duplicaatcode en wijziging registratie kenteken

Op 17 november 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak tussen een eiser en de directie van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW). De eiser, eigenaar van een Volkswagen Kever uit 1975, had een verzoek ingediend bij de RDW om kentekenplaten zonder duplicaatcode af te geven. De RDW had dit verzoek eerder afgewezen, maar het bestreden besluit was gebrekkig gemotiveerd. De rechtbank oordeelde dat de RDW zich op goede gronden op het standpunt had gesteld dat de registratie van duplicaatcode 01 voor de kentekenplaten in stand moest blijven. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, maar besloot dat de rechtsgevolgen in stand konden blijven omdat het motiveringsgebrek was hersteld. De rechtbank bepaalde dat de RDW het griffierecht van de eiser moest vergoeden en veroordeelde de RDW in de proceskosten van de eiser tot een bedrag van € 1.814,-. De uitspraak benadrukt de noodzaak van een duidelijke motivering in bestuursrechtelijke besluiten en de rechten van eisers in dergelijke procedures.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 24/7410

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 november 2025 in de zaak tussen

[naam eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: mr. P.H. de Bruin),
en

de directie van de Rijksdienst voor het Wegverkeer, de RDW

(gemachtigde: mr. F. Schuring).

Procesverloop

1.1.
Eiser heeft bij de RDW een verzoek ingediend om voor zijn voertuig kentekenplaten zonder duplicaatcode af te geven. De rechtbank begrijpt dit verzoek als een verzoek om wijziging van de registratie van het kenteken. [1] De RDW heeft dit verzoek met een besluit van 29 december 2023 (het primaire besluit) afgewezen.
1.2.
Met een besluit van 17 juni 2024 op het bezwaar van eiser (het bestreden besluit) heeft de RDW het bezwaar deels gegrond verklaard. In plaats van duplicaatcode 02 zal de RDW voortaan duplicaatcode 01 hanteren voor de kentekenplaten.
1.3.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.4.
De RDW heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.5.
Eiser heeft schriftelijk gereageerd op het verweerschrift en daarbij nadere stukken ingediend.
1.6.
De rechtbank heeft het beroep op 21 februari 2025 op een zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en zijn gemachtigde, en de gemachtigde van de RDW.
1.7.
Het onderzoek is op de zitting geschorst om de RDW in de gelegenheid te stellen nadere informatie aan te leveren.
1.8.
De RDW heeft op 28 februari 2025 een schriftelijk stuk ingediend. Hierop heeft eiser op 10 maart 2025 gereageerd.
1.9.
Nadat geen van de partijen desgevraagd te kennen heeft gegeven op een nadere zitting te willen worden gehoord, heeft de rechtbank bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en vervolgens het onderzoek gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

2.1.
Eiser is eigenaar van een Volkswagen Kever met bouwjaar 1975 (het voertuig). Eiser heeft het voertuig in 1981 van Aruba naar Nederland laten overbrengen. In 1984 heeft het voertuig het kenteken [kentekennummer] gekregen.
2.2.
Het voertuig is sindsdien in diverse periodes geschorst geweest in de zin van artikel 67, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
2.3.
Uit het kentekenregister van de RDW blijkt dat het voertuig sinds 22 april 2011 op naam van eiser staat. Het voertuig heeft dus niet (sinds 1984) onafgebroken op naam van eiser gestaan.
2.4.
In 2016 heeft eiser na herkeuring van het voertuig GAIK [2] -kentekenplaten met duplicaatcode 02 ontvangen. Op dat moment was in het kentekenregister bij het kentekenbewijs duplicaatcode 01 vermeld.
2.5.
Eiser heeft in 2017 een klacht ingediend bij de RDW omdat hij kentekenplaten zonder duplicaatcode wenst.
2.6.
Op 13 oktober 2023 heeft eiser de RDW verzocht om voor zijn voertuig kentekenplaten zonder duplicaatcode af te geven.
2.7.
Vervolgens heeft de besluitvorming plaatsgevonden zoals vermeld onder het procesverloop.
3. Aan het bestreden besluit heeft de RDW – samengevat – het volgende ten grondslag gelegd. Gelet op de toelichting van eiser is vast komen te staan dat geen sprake is van vermissing van de oude kentekenplaten. Daarom bestaat er bij nader inzien geen grond om de nieuwe kentekenplaten te voorzien van duplicaatcode 02. De registratie van duplicaatcode 01 voor de kentekenplaten blijft wel in stand. In het kentekenregister is bij het kentekenbewijs duplicaatcode 01 vermeld. Waarom en wanneer deze code is geregistreerd, is niet meer precies te achterhalen. Wel is duidelijk dat de reden voor het registreren van duplicaatcode 01 de vermissing van de kentekenpapieren is geweest. De RDW mag ervan uitgaan dat de duplicaatcode 01 in het kentekenbewijs op juiste gronden is geregistreerd.
4. Eiser heeft – samengevat – het volgende aangevoerd. Het is niet juist dat de RDW erbij blijft dat de kentekenplaten moeten worden voorzien van duplicaatcode 01. Eiser is zijn kentekenplaten niet kwijtgeraakt. Ook is eiser zijn kentekenbewijs nooit kwijtgeraakt, zodat onduidelijk is waarom in het kentekenregister een duplicaatcode 01 is geregistreerd bij het kentekenbewijs. Het is niet juist dat de RDW niet meer kan achterhalen hoe dit precies is gegaan. De RDW had deze gegevens op grond van Selectielijst RDW 2017 onder nummer 52 permanent moeten bewaren. Dit zou anders zijn als de tenaamstelling van eiser zou zijn vervallen, maar dat is niet het geval geweest. Eiser heeft in 2016 voor het eerst GAIK-kentekenplaten gekregen. Het gaat dus om een eerste afgifte als bedoeld in artikel 20, vijfde lid, van de Erkenningsregeling fabrikanten kentekenplaten (de Erkenningsregeling). Daarom zou er geen duplicaatcode op de kentekenplaten moeten staan. Eiser heeft er verder op gewezen dat sinds 2008 niet langer op de kentekenplaten de duplicaatcode wordt vermeld die in het kentekenbewijs staat. [3]
5. De relevante wettelijke regels zijn vermeld in de bijlage bij deze uitspraak.
6. De RDW heeft zijn standpunt dat op de kentekenplaten duplicaatcode 01 moet staan, nader toegelicht in het verweerschrift, ter zitting en in de brief van 28 februari 2025. De rechtbank begrijpt inmiddels dat dit standpunt is gebaseerd op artikel 22c van de Erkenningsregeling. Uit die bepaling volgt dat, bij vermissing van de kentekenplaten, de nieuw af te geven kentekenplaten worden voorzien van een door de RDW aan de producent van de kentekenplaten gemelde duplicaatcode. Volgens de RDW is deze bepaling in dit geval van toepassing nu het kentekenbewijs vermist is geweest en niet kan worden uitgesloten dat met het oude kentekenbewijs al eerder GAIK-kentekenplaten zijn aangeschaft. De rechtbank begrijpt dat volgens de RDW in die zin sprake is van vermissing van die kentekenplaten. De RDW heeft verder toegelicht dat indien kentekenplaten zonder duplicaatcode zouden worden verstrekt, zoals eiser wenst, dubbele kentekenplaten in omloop zouden kunnen zijn, wat niet de bedoeling is.
7. Omdat deze motivering onvoldoende duidelijk volgt uit het bestreden besluit, is dit besluit gebrekkig gemotiveerd. Het beroep is daarom gegrond. De rechtbank is echter van oordeel dat de RDW dit gebrek met de hiervoor vermelde nadere motivering voldoende heeft hersteld. Voldoende duidelijk is geworden dat de RDW zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat de registratie van duplicaatcode 01 voor de kentekenplaten in stand moet blijven en dat deze duplicaatcode dus op de kentekenplaten moet worden vermeld.
8. Dat sinds 2008 niet langer automatisch op de kentekenplaten de duplicaatcode wordt vermeld die in het kentekenbewijs staat, zoals eiser heeft aangevoerd, maakt dit niet anders. De reden dat de RDW vasthoudt aan de duplicaatcode 01 op de kentekenplaten is namelijk niet zozeer dat deze code ook in het kentekenbewijs is opgenomen, maar dat, als gevolg van de eerdere vermissing van het kentekenbewijs, niet kan worden uitgesloten dat met het oude kentekenbewijs al eerder GAIK-kentekenplaten zijn aangeschaft. Verder kan de rechtbank de RDW volgen in zijn standpunt dat onder deze omstandigheden niet kan worden uitgegaan van een eerste afgifte als bedoeld in artikel 20, vijfde lid, van de Erkenningsregeling.
9. De stelling van eiser dat hij zijn kentekenbewijs nooit is kwijtgeraakt, kan niet tot een ander oordeel leiden. Partijen zijn het erover eens dat de registratie van duplicaatcode 01 in het kentekenbewijs al lang geleden heeft plaatsgevonden. Volgens eiser zelf stond deze duplicaatcode al in de periode 1995-1998 vermeld in het kentekenbewijs. Volgens de RDW kan de exacte datum en de aanleiding van de registratie niet meer worden achterhaald omdat deze informatie niet meer uit het kentekenregister is af te leiden, maar is wel duidelijk dat de reden vermissing van de kentekenpapieren is geweest. De rechtbank volgt de RDW in zijn standpunt dat hij ervan mag uitgegaan dat de duplicaatcode 01 destijds terecht is geregistreerd. Ten aanzien van eisers verwijzing naar Selectielijst RDW 2017 onder nummer 52 merkt de rechtbank op dat eiser er ten onrechte van uitgaat dat de tenaamstelling van eiser niet is vervallen. Dat is wel het geval. Uit het kentekenregister blijkt immers dat het voertuig sinds 22 april 2011 op naam van eiser staat.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit moet worden vernietigd wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op grond van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Awb kunnen de rechtsgevolgen van het bestreden besluit echter in stand blijven omdat het motiveringsgebrek voldoende is hersteld.
11. Omdat het beroep gegrond is, zal de rechtbank bepalen dat de RDW aan eiser het door hem betaalde griffierecht vergoedt.
12. De rechtbank zal de RDW ook veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.814,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).
13. Eiser heeft gevraagd om een vergoeding voor door hem betaalde eigen bijdragen aan de gemachtigden die hem met betrekking tot zijn geschil met de RDW hebben bijgestaan. De eigen bijdragen die eiser op grond van de Wet op de rechtsbijstand aan de gemachtigden heeft moeten betalen – voor zover die al zien op de onderhavige procedure – zijn echter geen kostenposten die op grond van het Bpb voor afzonderlijke vergoeding in aanmerking komen. [4] Hierbij is van belang dat uit artikel 8:75, tweede lid, van de Awb volgt dat de proceskostenvergoeding door de RDW aan de gemachtigde van eiser dient te worden betaald en dat eiser hieruit zoveel mogelijk schadeloos wordt gesteld voor de door hem voor deze procedure betaalde eigen bijdrage.
14. De door eiser gemaakte kosten voor een taxatie van het voertuig komen evenmin voor vergoeding in aanmerking. De kosten van een deskundige komen op de voet van artikel 8:75 van de Awb voor vergoeding in aanmerking als het inroepen van die deskundige redelijk was en ook de deskundigenkosten zelf redelijk zijn. Ter bepaling of het inroepen van een deskundige redelijk was, kan in het algemeen als maatstaf worden gehanteerd of degene die de deskundige heeft ingeroepen, gezien de feiten en omstandigheden zoals die bestonden ten tijde van inroeping, ervan mocht uitgaan dat de deskundige een relevante bijdrage zou leveren aan een voor hem gunstige beantwoording door de rechter van een voor de uitkomst van het geschil mogelijk relevante vraag. [5] In dit geval is niet aan deze maatstaf voldaan. De waarde van het voertuig heeft niet ter discussie gestaan in deze procedure. Ten aanzien van de verklaring van de deskundige dat de duplicaatcode op de kentekenplaten een negatief effect heeft op de waarde, merkt de rechtbank op dat de RDW dit op zichzelf niet heeft betwist.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven;
- bepaalt dat de RDW het door eiser betaalde griffierecht van € 187,- vergoedt;
- veroordeelt de RDW in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.814,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Veling, rechter, in aanwezigheid van
mr. W.D.F. Oskam, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 17 november 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: wet- en regelgeving

Wegenverkeerswet 1994
Artikel 43e
1. Indien een belanghebbende gegronde redenen heeft om aan te nemen dat een gegeven dat bij of krachtens deze wet als authentiek is aangemerkt of een niet-authentiek gegeven onjuist of ten onrechte wel, dan wel ten onrechte niet in het kentekenregister is opgenomen, kan hij onder opgave van die redenen aan de Dienst Wegverkeer een verzoek doen tot wijziging, verwijdering of opneming van dat gegeven.
2. De Dienst Wegverkeer beslist naar aanleiding van een verzoek als bedoeld in het eerste lid over wijziging, verwijdering of opneming van het betreffende gegeven en bericht de belanghebbende die het verzoek heeft gedaan over deze beslissing.
Erkenningsregeling fabrikanten kentekenplaten
Artikel 20. Afgifte kentekenplaten
[…]
5. Bij een eerste afgifte worden de kentekenplaten niet voorzien van een duplicaatcode.
[…]
Artikel 22c. Vermissing van kentekenplaten
Bij vermissing van kentekenplaten van de modellen 27.1A tot en met 27.2H, 27.10A tot en met 27.10E, 27.30A tot en met 27.31E en 30.1A tot en met 30.4D, voorziet de erkenninghouder de nieuw af te geven kentekenplaten van een door de Dienst Wegverkeer op de door die dienst vastgestelde wijze aan de erkenninghouder gemelde duplicaatcode.

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 27 oktober 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2394.
2.Gecontroleerde afgifte en inname van kentekenplaten.
3.Eiser heeft gewezen op de toelichting bij de Regeling houdende wijziging van enkele regelingen in verband met de ontkoppeling van de duplicaatcodes op het kentekenbewijs en op de kentekenplaat, Staatscourant 11 september 2008, nr. 176, p. 13.
4.Zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 13 februari 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:896.
5.Zie de uitspraak van de Afdeling van 31 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:307.