Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren met aftrek van voorarrest;
- oplegging van de gedragsbeïnvloedende- en vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht (Sr).
4.Waardering van het bewijs
,door
5.Strafbaarheid feiten
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering van de straf en de maatregel
20 december 2024, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten en op de Antilliaanse justitiële documentatie van 16 januari 2025, waaruit blijkt dat de verdachte ook op de Nederlandse Antillen niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.
8.Vorderingen benadeelde partijen/schadevergoedingsmaatregelen
[slachtoffer 1] ,ter zake van de onder 1 tot en met 3 ten laste gelegde strafbare feiten. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 100.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 januari 2002.
[slachtoffer 2] ,ter zake van het onder 4 ten laste gelegde strafbare feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 12.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 juni 2010.