De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2009. De zitting vond plaats op 12 november 2025 met gesloten deuren, waarbij de moeder en een vertegenwoordiger van de GI aanwezig waren; de vader was correct opgeroepen maar niet verschenen.
De minderjarige verblijft momenteel in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder sinds september 2024. Er is sprake van een positieve ontwikkeling in de thuissituatie; de minderjarige verblijft inmiddels elk weekend bij de moeder en er wordt toegewerkt naar een volledige thuisplaatsing. De moeder toont zich stabiel en werkt goed samen met de hulpverlening.
De GI verzocht aanvankelijk om verlenging van zowel de ondertoezichtstelling als de machtiging tot uithuisplaatsing voor een jaar, maar wijzigde dit verzoek tijdens de zitting tot een verlenging van zes maanden. De kinderrechter acht een verlenging noodzakelijk vanwege de nog prille positieve ontwikkeling en de behoefte aan zorgvuldige overdracht naar het vrijwillige kader.
De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing tot 24 mei 2026 en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De verdere behandeling van de zaak wordt aangehouden tot een pro forma zitting op 1 april 2026, waarbij partijen niet hoeven te verschijnen. De GI wordt verzocht tijdig een rapportage te overleggen.