Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
- U bent niet alleen tijdens het omgangsmoment.
- U vraagt niet waar [minderjarige] verblijft.
- U praat niet over ruzies met moeder.
- U gebruikt geen intimiderende of bedreigende taal.
- U belast [minderjarige] niet met uw eigen emoties, mening en frustraties over de uithuisplaatsing en/of het incident tussen u en moeder.
- U accepteert de grenzen van [minderjarige] .
- U haalt [minderjarige] niet over om dingen te zeggen zoals dat hij u mist of bij u moet wonen.
- U sluit aan bij de behoeften van [minderjarige] , zoals als [minderjarige] verdrietig is dan troost vader [minderjarige] .
- U laat zien dat u geïnteresseerd bent in de verhalen van [minderjarige] en zijn dagelijks leven op dit moment.
- U maakt positief contact met [minderjarige] , geeft [minderjarige] bijvoorbeeld complimenten.
- U bespreekt geen volwassenzaken/vragen met de jeugdbeschermer waar [minderjarige] bij is.
- U werkt samen met WSS JB&JR en volgt de aanwijzingen op om de veiligheid en het welzijn van [minderjarige] te waarborgen.