In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam op 14 november 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen Leaseproces B.V. en een gedaagde, die zelf procedeert. Leaseproces, vertegenwoordigd door mr. A. Frederiksen, vorderde betaling van € 1.155,23 aan hoofdsom, wettelijke rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten. De gedaagde had een overeenkomst met Dexia Bank Nederland B.V. voor een effectenlease-product, maar heeft deze niet geaccepteerd en zich gewend tot Leaseproces voor juridische dienstverlening. Leaseproces heeft een factuur van € 1.155,23 gestuurd, maar de gedaagde betwistte de hoogte van dit bedrag en weigerde te betalen. De kantonrechter oordeelde dat Leaseproces recht heeft op een beloning van € 342,17, maar dat de gevorderde hoofdsom van € 1.155,23 niet toewijsbaar is. De rechter wees ook de gevorderde rente en buitengerechtelijke kosten af, maar kende de gedaagde het recht toe op inzage in zijn dossier en de stuitingsbrieven van Dexia. De proceskosten werden gecompenseerd, zodat ieder partij zijn eigen kosten draagt.