ECLI:NL:RBROT:2025:13569
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Intrekking eenoudertoeslag wegens huwelijk en partnerbegrip niet onrechtmatig
Eiseres ontving een eenoudertoeslag over de periode april 2022 tot en met april 2023. Bij controle bleek dat zij op 6 maart 2022 gehuwd was met haar partner, die permanent in Afrika verblijft. De minister trok de toeslag in en verklaarde het bezwaar ongegrond. Eiseres voerde aan dat het partnerbegrip te strikt werd toegepast, dat haar partner niet bijdraagt aan het huishouden en dat de intrekking in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK).
De rechtbank oordeelt dat het partnerbegrip uit de Awir duidelijk is en dat het huwelijk de partnerstatus bevestigt, ongeacht de feitelijke situatie of het verblijf van de partner in Afrika. De hardheidsclausule en het evenredigheidsbeginsel bieden geen grond om af te wijken van de wettelijke definitie. Ook is het beroep op het IVRK niet toewijsbaar omdat het belang van de kinderen voldoende is meegewogen en de terugvordering is omgezet in een lening met draagkrachtmeting.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor eiseres geen recht heeft op terugbetaling van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter M.G.L. de Vette op 26 november 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de eenoudertoeslag wordt ongegrond verklaard en de intrekking blijft gehandhaafd.