De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht de kinderrechter om de ondertoezichtstelling van een minderjarige op te heffen en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De minderjarige woont bij de vader, die geen gezag heeft, en de moeder oefent het ouderlijk gezag uit. De zitting vond plaats met gesloten deuren waarbij de minderjarige zelf werd gehoord.
Hoewel de kinderrechter constateerde dat de zorgen rondom de minderjarige onverminderd aanwezig zijn en dat de hulpverlening nog niet volledig is afgerond, werd het verzoek toegewezen. Dit vanwege het feit dat de minderjarige bijna achttien jaar wordt, zelf geen contact meer wenst met de gecertificeerde instelling en de betrokkenen het verzoek steunen. De kinderrechter benadrukte het belang van de hulpverlening en een constructieve communicatie tussen ouders.
De ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader worden per 14 november 2025 opgeheven. De beslissing wordt direct uitvoerbaar verklaard, ook bij hoger beroep. De kinderrechter sprak de hoop uit dat de ouders het belang van de minderjarige voorop blijven stellen en dat zij de benodigde ondersteuning krijgt om zelfstandig te worden.