In deze beschikking heeft de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam op 14 november 2025 de ondertoezichtstelling van een minderjarige opgeheven. De zaak betreft de minderjarige, geboren in 2008, die onder toezicht stond van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond. De kinderrechter heeft de moeder en de vader van de minderjarige als belanghebbenden aangemerkt. De moeder, die belast is met het ouderlijk gezag, en de vader, bij wie de minderjarige momenteel woont, hebben beiden ingestemd met het verzoek van de GI om de ondertoezichtstelling op te heffen. De kinderrechter heeft de procedure op 31 oktober 2025 gevoerd, waarbij de minderjarige ook is gehoord. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de zorgen om de minderjarige nog steeds aanwezig zijn, maar dat de minderjarige zelf heeft aangegeven geen contact meer te willen met de GI. De kinderrechter heeft geconcludeerd dat de ondertoezichtstelling niet langer noodzakelijk is, gezien de omstandigheden en de leeftijd van de minderjarige, die bijna achttien jaar oud is. De kinderrechter heeft de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de beslissing direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. De beschikking is openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.