ECLI:NL:RBROT:2025:13628

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
14 november 2025
Publicatiedatum
25 november 2025
Zaaknummer
C/10/706490 / JE RK 25-1869
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking over bekrachtiging schriftelijke aanwijzing in jeugdzorgzaak

In deze beschikking van de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam, gedateerd 14 november 2025, wordt de schriftelijke aanwijzing van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (GI) bekrachtigd. De zaak betreft een minderjarige, geboren in 2014, die onder toezicht staat van de GI. De moeder, die het ouderlijk gezag heeft, is niet verschenen op de zitting en heeft niet adequaat gereageerd op de aanwijzingen van de GI. De kinderrechter stelt vast dat de moeder niet in contact is getreden met de GI, ondanks herhaalde pogingen van de GI om contact te leggen. De kinderrechter benadrukt dat de ondertoezichtstelling van de minderjarige noodzakelijk is vanwege ernstige bedreigingen in zijn ontwikkeling. De GI heeft de moeder schriftelijke aanwijzingen gegeven om de opvoedsituatie te verbeteren, waaronder het waarborgen van de veiligheid van de thuissituatie en het verzuim van de minderjarige. De kinderrechter oordeelt dat de schriftelijke aanwijzing op een deugdelijke manier is gemotiveerd en noodzakelijk is om de bedreigingen in de ontwikkeling van de minderjarige weg te nemen. De kinderrechter bekrachtigt de schriftelijke aanwijzing en hoopt dat dit de moeder motiveert om in contact te treden met de GI. Bij uitblijven van samenwerking zal de GI verdere stappen moeten overwegen in het belang van de minderjarige.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/706490 / JE RK 25-1869
Datum uitspraak: 14 november 2025
Beschikking van de kinderrechter over de bekrachtiging van een schriftelijke aanwijzing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [plaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 10 september 2025, binnengekomen bij de rechtbank op 16 september 2025;
  • de aankondiging van de schriftelijke aanwijzing van de GI, binnengekomen bij de rechtbank op 29 oktober 2025;
  • de informatie die de GI ter zitting heeft overgelegd, zijnde een tijdlijn en een verzuimoverzicht.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 31 oktober 2025. Daarbij was aanwezig:
- een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger] .
1.3.
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij de moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 9 september 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 18 september 2026.
2.4.
De GI heeft op 9 juli 2025 aan de moeder een schriftelijke aanwijzing gegeven. Hierin is het volgende opgenomen:
  • U draagt er zorg dat u in contact bent en blijft met JBRR. Dit betekent dat u aanwezig bent op geplande gesprekken en zich houdt aan de gemaakte afspraken en bereikbaar bent. En dat wanneer u dit niet lukt, dit tijdig kenbaar maakt met opgaaf van reden. Ook verwacht JBRR van u dat u tijdig reageert wanneer de jeugdbeschermer (telefonisch) contact met u zoekt.
  • U draagt er zorg voor dat de thuissituatie voor [minderjarige] fysiek veilig is. Dit betekent dat de hond niet in hetzelfde huis woont/verblijft als [minderjarige] . Ook is het niet toegestaan dat de hond en [minderjarige] elders in één ruimte verblijven, ook niet onder toezicht van u of andere volwassenen.
  • U draagt er zorg voor dat de adresgegevens van [minderjarige] ’s huidige verblijfplaats gedeeld worden met JBRR/de jeugdbeschermer. En JBRR verwacht van u dat u de jeugdbeschermer zicht geeft op [minderjarige] ’s huidige verblijfplaats om te bepalen of dit een veilige omgeving is voor [minderjarige] .
  • U draagt er zorg voor dat er zicht komt op de opvoedsituatie door het meewerken aan hulpverlening, en het toelaten van hulpverlening in de thuissituatie van [minderjarige] .
  • U draagt er zorg voor dat het verzuimgehalte van [minderjarige] daalt. En dat wanneer er een medische verklaring is voor [minderjarige] ’s verzuim, u hier een medische verklaring voor aanlevert bij JBRR.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt om bekrachtiging van de schriftelijke aanwijzing.
3.2.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. Het is de GI niet gelukt om in contact te komen met de moeder om een gesprek te voeren over de schriftelijke aanwijzing. De GI heeft momenteel geen zicht op de veiligheid en opvoedsituatie van [minderjarige] . De moeder heeft veel ballen hoog te houden en een vorm van persoonlijke begeleiding kan voor haar wellicht helpend zijn. De GI zou graag samen met de moeder kijken hoe zij ondersteund kan worden om aan de doelen van de ondertoezichtstelling te kunnen werken.

4.De beoordeling

4.1.
Ingevolge artikel 1:263, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW) kan de GI ter uitvoering van haar taak schriftelijke aanwijzingen geven betreffende de verzorging en opvoeding van de minderjarige. Zij kan dit doen indien de met het gezag belaste ouder(s) of de minderjarige niet instemmen met dan wel niet of onvoldoende medewerking verlenen aan de uitvoering van het plan, bedoeld in artikel 4.1.3, eerste lid, van de Jeugdwet of indien dit noodzakelijk is teneinde de concrete bedreigingen in de ontwikkeling van de minderjarige weg te nemen. Op grond van het bepaalde in artikel 1:263, derde lid, van het BW kan de GI de kinderrechter verzoeken de schriftelijke aanwijzing te bekrachtigen.
4.2.
De kinderrechter overweegt dat [minderjarige] onder toezicht staat van de GI, omdat hij ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. De moeder mijdt echter het contact met de GI. De GI heeft de afgelopen tijd meermaals geprobeerd om met de moeder in contact te treden. De GI heeft hierin al veel geduld betracht en vraagt naar het oordeel van de kinderrechter het minimale van de moeder wat gelet op de ondertoezichtstelling van haar mag worden verwacht. Het is tot op heden tevergeefs gebleken. Het is echter niet aan de moeder om te bepalen dat de ondertoezichtstelling niet meer nodig is en dat medewerking daaraan niet meer hoeft te worden verleend. De kinderrechter benadrukt dat met het uitspreken van de ondertoezichtstelling gedwongen hulpverlening is opgelegd door de rechtbank. De GI is belast met de uitvoering van de ondertoezichtstelling en moet daarom zicht hebben op hoe het met [minderjarige] gaat. Dat kan niet zonder dat de moeder in contact is met de GI en zicht geeft op de thuissituatie van [minderjarige] . De kinderrechter betreurt het dat in de afgelopen periode verschillende zittingen geweest waarbij de moeder niet is verschenen, terwijl zij daar haar mening over de ondertoezichtstelling en de schriftelijke aanwijzing had kunnen geven. Op die manier had met elkaar ook gesproken kunnen worden over hoe het verder moet in het belang van [minderjarige] , rekening houdend met moeders mogelijkheden.
4.3.
De GI heeft nu onvoldoende zicht op de ontwikkeling en opvoedsituatie van [minderjarige] . Zo maakt de moeder belangrijke gegevens, zoals het verblijfadres van [minderjarige] , niet bekend aan de GI. Om de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] weg te nemen, is informatie over en contact met de moeder en [minderjarige] noodzakelijk. Het is in het belang van [minderjarige] dat hij op de reguliere schooltijden aanwezig is en dat de thuissituatie voor hem fysiek veilig is. De kinderrechter acht het dan ook begrijpelijk dat de GI een aantal afspraken met de moeder heeft willen maken en voorwaarden heeft gesteld, zoals neergelegd in de schriftelijke aanwijzing van 9 juli 2025. Naar het oordeel van de kinderrechter is de schriftelijke aanwijzing op een deugdelijke manier gemotiveerd. De schriftelijke aanwijzing is noodzakelijk om de concrete bedreigingen in de ontwikkeling van [minderjarige] weg te nemen. De punten uit de schriftelijke aanwijzing dienen op orde te zijn om in het belang van [minderjarige] stappen te kunnen zetten in het kader van de ondertoezichtstelling. De kinderrechter acht het een vergaande maatregel dat de hond de woning zou moeten verlaten, maar acht dat wel nodig als de veiligheid van [minderjarige] niet op een andere manier kan worden gewaarborgd. De kinderrechter is alles overwegende van oordeel dat de GI bevoegd was om de schriftelijke aanwijzing te geven en daartoe ook redelijkerwijs kon overgaan.
4.4.
Tot nu toe heeft het geven van de schriftelijke aanwijzing van 9 juli 2025 helaas geen verandering gebracht in de situatie. Daarom ziet de kinderrechter aanleiding om de schriftelijke aanwijzing te bekrachtigen. De kinderrechter hoopt en verwacht dat deze bekrachtiging de moeder motiveert om, in het belang van [minderjarige] , in contact te treden met de GI. Zo kunnen er afspraken gemaakt worden over de komende periode. Bij het uitblijven van enige vorm van samenwerking en communicatie met de moeder zal de GI, gelet op haar toezichthoudende taak, zich moeten beraden over eventuele vervolgstappen die in het belang van [minderjarige] nodig worden geacht.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
bekrachtigt de schriftelijke aanwijzing van 9 juli 2025.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.C.M. Persoon, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 november 2025, in aanwezigheid van mr. M. Henschen als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking staat geen hoger beroep open. [1]

Voetnoten

1.Artikel 807 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).