ECLI:NL:RBROT:2025:13631

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 november 2025
Publicatiedatum
25 november 2025
Zaaknummer
11922196 CV EXPL 25-21669
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 AVGArt. 15 AVG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontvankelijkheidsincident over het bestaan van eiser in AVG-zaak

In deze civiele procedure heeft eiser Jingdong Retail (Netherlands) B.V. gedagvaard wegens vermeende schending van artikel 12 en Pro 15 van de AVG. Eiser vordert een verklaring voor recht, inzage in persoonsgegevens, een immateriële schadevergoeding, incassokosten en proceskosten.

Jingdong heeft een incidenteel beroep gedaan op niet-ontvankelijkheid met het argument dat eiser niet bestaat als natuurlijke persoon en suggereert dat de gemachtigde de werkelijke eiser is. De kantonrechter kan op basis van de stukken niet vaststellen of eiser daadwerkelijk bestaat.

Om dit te onderzoeken, gelast de kantonrechter een mondelinge behandeling waarbij eiser met legitimatiebewijs aanwezig moet zijn. De inhoudelijke behandeling van de vorderingen wordt aangehouden. Partijen worden verzocht beschikbaarheid door te geven voor het plannen van de zitting en hun e-mailadressen te verstrekken.

De kantonrechter bepaalt dat partijen uiterlijk op 3 december 2025 hun beschikbaarheid en e-mailadressen moeten doorgeven en houdt verdere beslissingen aan.

Uitkomst: Mondelinge behandeling gelast om het bestaan van eiser vast te stellen, verdere beslissing aangehouden.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11922196 CV EXPL 25-21669
datum uitspraak: 21 november 2025 (bij vervroeging)
Vonnis in het incident van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser],
woonplaats: [plaats] ,
eiser in de hoofdzaak,
verweerder in het incident,
gemachtigde: J. Duinkerken,
tegen
Jingdong Retail (Netherlands) B.V., die handelt onder de naam Ochama.com,
vestigingsplaats: Berkel en Rodenrijs,
gedaagde in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
gemachtigden: mr. S. Baris en mr. O.A. Sleeking.
De partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘Jingdong’ genoemd.

1.De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 26 september 2025, met bijlagen;
  • de e-mail van de gemachtigde van Jingdong van 7 november 2025, met bijlage;
  • de e-mail van de gemachtigde van [eiser] van 9 november 2025;
  • de incidentele conclusie houdende niet-ontvankelijkheid, met bijlagen.

2.De beoordeling

Waar gaat deze zaak over?
2.1.
[eiser] heeft Jingdong gedagvaard, omdat Jingdong volgens hem in strijd heeft gehandeld met artikel 12 en Pro artikel 15 AVG Pro. [eiser] eist in deze procedure een verklaring voor recht dat Jingdong in strijd met deze artikelen handelt, dat Jingdong volledige inzake in de persoonsgegevens van eiser geeft op straffe van een dwangsom, betaling van een immateriële schadevergoeding van € 1.500,-, betaling van buitengerechtelijke incassokosten van € 925,- exclusief btw en vergoeding van de werkelijke proceskosten waaronder € 900,- exclusief btw aan gemachtigdensalaris, dit alles met wettelijke rente en uitvoerbaar bij voorraad.
2.2.
Jingdong heeft een incident opgeworpen en stelt dat [eiser] niet-ontvankelijk is in zijn vordering, omdat [eiser] geen bestaande natuurlijke persoon zou zijn. Jingdong suggereert dat de gemachtigde van [eiser] de werkelijke eiser is.
2.3.
De kantonrechter kan op basis van de stukken van partijen niet vaststellen of [eiser] echt bestaat. Uit praktische overwegingen wil de kantonrechter dit onderwerp met de partijen bespreken op een zitting. Daarbij kan dan – mede aan de hand van het legitimatiebewijs dat [eiser] sowieso bij zich zal moeten hebben – worden vastgesteld of eiser [eiser] inderdaad bestaat. De vorderingen van [eiser] zullen op deze zitting nog niet inhoudelijk worden behandeld; daarom wordt voor deze zitting maximaal 30 minuten gereserveerd.
2.4.
Bij het plannen van de zitting wil de rechtbank zoveel mogelijk rekening houden met de agenda van de partijen. Daarom wordt nu eerst aan de partijen gevraagd de kantonrechter te laten weten op welke ochtenden en/of middagen in de komende maanden zij niet naar een zitting kunnen komen. Ook wil de kantonrechter graag de e-mailadressen van de partijen ontvangen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
bepaalt dat de partijen uiterlijk op
woensdag 3 december 2025moeten laten weten op welke ochtenden/middagen in de maanden december 2025, januari 2026 en februari 2026 zij niet naar een zitting kunnen komen en hun e-mailadres moeten opgeven;
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
51909