Deze civiele zaak betreft de vraag of de bestuurders van een vennootschap aansprakelijk zijn voor het niet nakomen van een koopovereenkomst voor kunststof kozijnen die de vennootschap eind 2018 met B.O.S. Kozijnen B.V. sloot.
De vennootschap werd bij verstek veroordeeld tot betaling van € 9.887,43 aan B.O.S. en is in 2023 na turboliquidatie uit het handelsregister uitgeschreven. De bestuurders stelden dat de vennootschap actief was en voldoende financiële middelen had, onderbouwd met stukken over aanneemovereenkomsten en bankbetalingen uit bouwdepots.
De rechtbank concludeert echter dat onvoldoende is aangetoond dat de vennootschap daadwerkelijk activiteiten verrichtte en dat er voldoende geldstromen waren om de factuur aan B.O.S. te voldoen. Ook privé-opnames door een bestuurder van circa € 126.000,- ondermijnen deze stelling.
De bestuurders zijn daarom aansprakelijk voor de vordering van B.O.S., die nog gespecificeerd moet worden. De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor nadere specificatie van de vordering.