Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- mevrouw C. Rodrigues, werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening);
- mevrouw [persoon A] , werkzaam bij Woonstad Rotterdam, gevestigd te Rotterdam (hierna: verweerster).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft bij de rechtbank Rotterdam een voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet gevraagd om de ontruiming van zijn huurwoning op te schorten. Dit verzoek volgt op een vonnis van 9 november 2022 waarin de ontruiming werd bevolen. Verzoeker kampt met schuldenproblematiek en heeft zich gemeld bij schuldhulpverlening. Hij heeft een uitkering aangevraagd en ontvangt een voorschot, terwijl budgetbeheer is ingesteld om de huurbetalingen te waarborgen.
Verweerster, de verhuurder, stelt dat de huur sinds juli 2025 niet volledig is betaald en betwist de tijdigheid van de uitkeringsaanvraag. De rechtbank beoordeelt dat sprake is van een bedreigende situatie vanwege de aangekondigde ontruiming en weegt de belangen van verzoeker en verweerster af. Gezien de betaling van de lopende huurtermijnen en het budgetbeheer weegt het belang van verzoeker zwaarder.
De voorlopige voorziening wordt daarom voor zes maanden toegewezen, waarbij de uitvoering van het ontruimingsvonnis wordt geschorst en de huurovereenkomst wordt verlengd. Tevens wordt verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, met de mogelijkheid tot een nieuw verzoek later.
Uitkomst: De rechtbank schorst de ontruiming van de huurwoning voor zes maanden onder de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan.