De officier van justitie heeft twee verzoeken tot zorgmachtiging ingediend voor betrokkene, geboren in 2003, vanwege vermoedelijke psychische problematiek. De rechtbank heeft op 11 november 2025 de verzoeken behandeld, waarbij betrokkene, zijn advocaat, zijn moeder en behandelaren van de GGZ aanwezig waren.
Betrokkene gaf aan dat het goed met hem gaat, hij medicatie gebruikt en werkt, terwijl zijn moeder en behandelaren ernstige zorgen uitten over zijn gedrag, medicatiegebruik en verslaving. De behandelaren constateerden geen psychotische stoornis in de zin van de Wvggz, maar wel een psychotische kwetsbaarheid en verslavingsproblematiek die niet onder de Wvggz valt.
De rechtbank concludeerde dat de criteria voor verplichte zorg op grond van de Wvggz niet zijn vervuld omdat er geen stoornis in de zin van de wet aanwezig is. Hoewel er sprake is van ernstige problematiek, biedt de Wvggz hiervoor geen oplossing. Daarom werden de verzoeken tot zorgmachtiging afgewezen.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.