Verzoeker, arbeidsongeschikt verklaard en met een WIA-uitkering, diende een verzoek in tot dwangakkoord op grond van artikel 287a Faillissementswet nadat één schuldeiser, Elbuco B.V., weigerde in te stemmen met een aangeboden schuldregeling. De regeling hield in dat geen uitkering aan schuldeisers zou plaatsvinden, gebaseerd op de NVVK-norm en de ongewijzigde voortzetting van de WIA-uitkering.
De rechtbank stelde vast dat twaalf van de dertien schuldeisers akkoord gingen met het voorstel en dat Elbuco slechts een klein deel van de totale schuld vertegenwoordigde. Elbuco weigerde mee te werken omdat zij een volledige betaling wenste of de retour van een onbeschadigd product.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker geen afloscapaciteit heeft en ook geen reëel vooruitzicht daarop, en dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoeker in staat is. Gezien het belang van verzoeker bij een schuldenvrije toekomst en de onevenredigheid van het belang van Elbuco, werd het verzoek toegewezen. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen.