Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft een bestuurlijke boete van €2.500,- opgelegd aan Agri 4+ B.V. wegens onvoldoende reiniging en ontsmetting van een vervoermiddel dat gebruikt werd voor het vervoer van gehouden landdieren. De overtreding werd vastgesteld door toezichthouders van de NVWA op 7 februari 2023, waarbij mest van varkens werd aangetroffen op het vervoermiddel ondanks een eerder uitgevoerde reiniging.
Eiseres betwistte de boete onder meer door te stellen dat er tijdig en correct was gereinigd en dat het rapport van bevindingen niet voldoende bewijs bevatte. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht uitging van het rapport van bevindingen, dat niet inhoudelijk was betwist, en dat de minister gemotiveerd had toegelicht waarom de reiniging onvoldoende was.
Daarnaast was er sprake van een herhaalde overtreding, aangezien eerder op 28 november 2022 een schriftelijke waarschuwing was gegeven voor vergelijkbare gedragingen. De rechtbank bevestigde dat het niet vereist is dat het exact dezelfde overtreding betreft, maar dat het moet gaan om overtredingen die dezelfde wettelijke norm of hetzelfde doel beogen.
De rechtbank verwierp ook het verweer dat de minister niet onafhankelijk had heroverwogen in bezwaar en concludeerde dat het beroep ongegrond is. De opgelegde bestuurlijke boete blijft daarmee in stand en eiseres krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.