Op 31 oktober 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam een beschikking uitgesproken in een zaak betreffende de voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van drie minderjarigen, na geconstateerd letsel bij de oudste. De Raad voor de Kinderbescherming had verzocht om [minderjarige 1] voorlopig onder toezicht te stellen en een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen. De kinderrechter heeft vastgesteld dat er ernstige zorgen zijn over de veiligheid van de kinderen, vooral na medische bevindingen die wijzen op toegebracht letsel bij [minderjarige 1]. De ouders hebben ter zitting geen verweer gevoerd tegen de voorlopige ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] en [minderjarige 3], maar hebben wel verweer gevoerd tegen de uithuisplaatsing van alle drie de kinderen. De kinderrechter heeft besloten om [minderjarige 2] en [minderjarige 3] voorlopig onder toezicht te stellen, maar de verzoeken tot uithuisplaatsing zijn afgewezen. De kinderrechter oordeelt dat de veiligheid van de kinderen op dit moment voldoende gewaarborgd is door het vier-ogen-principe en de betrokkenheid van de oma. De Raad zal verder onderzoek doen naar de situatie.