ECLI:NL:RBROT:2025:13776

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 november 2025
Publicatiedatum
27 november 2025
Zaaknummer
10/216332-24; 10/156357-24 en 10/324576-24
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak belaging en bewezenverklaring van diefstal, bedreiging, mishandeling en overtreding van gedragsaanwijzing

Op 19 november 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte, geboren in 1982, die werd beschuldigd van meerdere strafbare feiten, waaronder belaging, diefstal door middel van inklimming, winkeldiefstal, bedreiging, en mishandeling. De rechtbank heeft de verdachte vrijgesproken van belaging, omdat dit niet wettig en overtuigend bewezen kon worden. Echter, de rechtbank heeft wel bewezen verklaard dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal door middel van inklimming in de woning van het slachtoffer, winkeldiefstal bij een supermarkt, en tweemaal mishandeling van zijn levensgezel. De feiten vonden plaats tussen april en juni 2024. De officier van justitie had een gevangenisstraf van 150 dagen geëist, waarvan 128 dagen voorwaardelijk, en een taakstraf van 180 uren. De rechtbank heeft uiteindelijk een gevangenisstraf van 120 dagen opgelegd, waarvan 98 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar. Daarnaast is er een taakstraf van 180 uren opgelegd, met vervangende hechtenis bij niet-naleving. Tevens is er een maatregel opgelegd die de verdachte verbiedt contact te hebben met het slachtoffer voor de duur van vijf jaar, met onmiddellijke uitvoerbaarheid van deze maatregel.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3
Parketnummers: 10/216332-24; 10/156357-24 (ttz. gev.) en 10/324576-24 (ttz. gev.)
Datum uitspraak: 19 november 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres 1] ,
thans verblijvende op het adres:
[verblijfadres] ,
raadsman mr. O.J. Much, advocaat te Rotterdam.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 5 november 2025.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlasteleggingen zijn als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. T.J. Lindhout heeft gevorderd:
  • vrijspraak van feit 1 onder parketnummer 10/216332-24, te weten belaging;
  • bewezenverklaring van de overige ten laste gelegde feiten;
  • veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 150 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 128 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en daarnaast een taakstraf voor de duur van 180 uren, te vervangen door 90 dagen hechtenis;
  • oplegging van de maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, bestaande uit een contactverbod met betrekking tot het [slachtoffer] voor de duur van 5 jaar en de dadelijke uitvoerbaarheid van de maatregel.

4.Waardering van het bewijs

4.1.
Inleiding
De verdachte wordt onder parketnummer 10/156357-24 verweten dat hij op 6 mei 2024 heeft ingeklommen bij [slachtoffer] , haar op diezelfde datum heeft bedreigd en haar op 28 april 2024 en/of 29 april 2024 heeft mishandeld. Onder parketnummer 10/216332-24 wordt hem verweten dat hij [slachtoffer] heeft belaagd, haar op 29 juni 2024 heeft mishandeld en als laatste dat hij herhaaldelijk een gedragsaanwijzing heeft overtreden. Onder parketnummer 10/324576-24 wordt hem verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan winkeldiefstal op 12 oktober 2024.
4.2.
Feiten onder parketnummer 10/156357-24
4.2.1.
Feiten 1 en 2: diefstal en bedreiging op 6 mei 2024
Ten aanzien van de ten laste gelegde feiten 1 en 2 blijkt de bewezenverklaring uit de inhoud van de opgenomen bewijsmiddelen in bijlage II.
Ten aanzien van feit 2 heeft de verdachte een bekennende verklaring afgelegd, zij het dat uit het dossier volgens de verdediging niet duidelijk blijkt dat de berichten zijn gestuurd op
6 mei 2024. De rechtbank is van oordeel dat op basis van de verklaring van aangeefster en de bekennende verklaring van de verdachte wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de bedreigende teksten op 6 mei 2024 zijn verstuurd.
4.2.2.
Feit 3: mishandeling op 28 of 29 april 2024
4.2.2.1.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van de mishandeling. [aangeefster] heeft foto’s overgelegd waarop het letsel als gevolg van de mishandeling te zien zou zijn, maar uit niets blijkt dat deze foto’s van 29 april 2024 zijn. Het dossier bevat ook voor het overige geen steunbewijs voor de aangifte van [aangeefster] . Volgens de verdachte zou aangeefster tegen een deur aangelopen zijn.
4.2.2.2.
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank is, anders dan de verdediging, van oordeel dat het dossier wel steunbewijs bevat voor de verklaring van aangeefster. Aangeefster heeft verklaard dat zij tussen 28 en 29 april 2024 is mishandeld door de verdachte, waarbij zij in ieder geval vuistslagen in haar gezicht zou hebben gehad. Aangeefster heeft hierdoor een blauw oog opgelopen. Van dit letsel heeft zij foto’s gemaakt, die zij vervolgens naar verbalisanten heeft gestuurd. Daarnaast is aangeefster op 6 mei 2024 bij [getuige] geweest. Deze buurvrouw heeft toen gezien dat aangeefster een blauw oog had. De [getuige] heeft verklaard dat aangeefster toen gezegd heeft dat zij was geslagen door de verdachte en dat haar oog hierdoor blauw was geworden. De verklaring van aangeefster, inclusief de bewering dat de overgelegde foto’s dateren van kort na de mishandeling, vindt daarmee voldoende steun in de verklaring van [getuige] .
Het op de foto’s zichtbare letsel past bovendien bij de door aangeefster beschreven mishandeling. Daarentegen vindt de verklaring van de verdachte dat aangeefster letsel zou hebben opgelopen door tegen een deur aan te lopen, geen steun in het dossier.
4.2.2.3.
Conclusie
Bewezen is dat de verdachte [slachtoffer] in de periode van 28 tot en met 29 april 2024 heeft mishandeld.
4.3.
Feiten onder parketnummer 10/216332-24
4.3.1.
Vrijspraak zonder nadere motivering feit 1: belaging
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat belaging niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.
4.3.2.
Bewezenverklaring feit 2: mishandeling 29 juni 2024
4.3.2.1.
Standpunt verdediging
De verdachte dient volgens de verdediging te worden vrijgesproken van mishandeling op 29 juni 2024. De verklaringen van aangeefster lopen op belangrijke punten enorm uiteen, hetgeen afbreuk doet aan de geloofwaardigheid daarvan.
4.3.2.2.
Beoordeling door de rechtbank
Op 30 juni 2024 komen verbalisanten ter plaatse aan de Merbau 263 te Dordrecht naar aanleiding van een melding van overlast door honden. Nadat de verbalisanten in gesprek zijn met de bewoonster, zien zij dat er nog een vrouw naar buiten komt. Dit blijkt [slachtoffer] te zijn. Zij werd direct emotioneel en vertelde dat het nu genoeg is geweest en dat ze “het” zou gaan vertellen. [slachtoffer] heeft toen uitgebreid verteld over de mishandeling door de verdachte op 29 juni 2024. Een dag later heeft zij hiervan aangifte gedaan bij de politie.
Ter plaatse op 30 juni 2024 hebben de verbalisanten letsel bij [slachtoffer] geconstateerd, namelijk meerdere roodkleurige striemen in de nek, een blauwe rechterwang, roodkleurige plekken in haar gezicht ter hoogte van haar slaap en meerdere rood/blauw gekleurde plekken op haar arm. Op één van de foto’s is ook een bult op het hoofd van [slachtoffer] te zien.
De rechtbank gaat uit van de verklaring van aangeefster voor zover deze steun vindt en overeenkomt met het letsel op de foto’s en het letsel dat door de verbalisanten is gezien. De rechtbank ziet geen reden om aan de geloofwaardigheid van de verklaring van [slachtoffer] te twijfelen.
4.3.2.3.
Conclusie
Bewezen is dat de verdachte [slachtoffer] op 29 juni 2024 heeft mishandeld.
4.3.3.
Bewezenverklaring feit 3: overtreden gedragsaanwijzing
Het overtreden van de gedragsaanwijzing is door de verdachte bekend en nadien is door de verdediging geen vrijspraak bepleit. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
4.4.
Feit onder parketnummer 10/324576-24
4.4.1.
Bewezenverklaring zonder nadere motivering: winkeldiefstal 12 oktober 2024
De ten laste gelegde diefstal bij de Nettorama is door de verdachte bekend en nadien is door de verdediging geen vrijspraak bepleit. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
4.5.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de feiten onder parketnummer 10/156357-24 en feit 2 onder parketnummer 10/216332-24 heeft begaan.
In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3 ten laste gelegde met parketnummer 10/216332-24 en het ten laste gelegde feit onder parketnummer 10/324576-24 heeft begaan.
De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:
10/156357-241
hij op
of omstreeks6 mei 2024 te Dordrecht,
diverse frituursnacks,
in elk geval enig goed, dat/die geheel
of ten deleaan [slachtoffer]
[slachtoffer]
, in elk geval aan een andertoebehoorde
(n
)heeft weggenomen met het
oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de
toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en
/ofdie weg te nemen
goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van
braak en/of verbrekingen/ofinklimming;
2
hij op
of omstreeks6 mei 2024 te Dordrecht,
althans in Nederland,[slachtoffer] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht
en/of met zware mishandeling,
door die [slachtoffer] (via Whatsapp) dreigend de woorden toe te voegen:
- "Jij gaat echte kker harde klappen krijgen.",
- "Ik ga echt je kker kop verbouwen." en
/of- "Ik ga je echt zwaar dood maken."
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
3
hij in
of omstreeksde periode van 28 april 2024 tot en met 29 april 2024 te
Dordrecht,
[slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] tegen het gezicht
en/of het hoofden/of het lichaamte slaan
/stompen;
10/216332-24
2
hij op
of omstreeks29 juni 2024 te Dordrecht
zijn levensgezel, [slachtoffer] ,
heeft mishandeld door
- die [slachtoffer] stevig vast te pakken en
/of- met kracht tegen de wangen en/of kaken van die [slachtoffer] te duwen en/of te knijpen
en
/of- een gordijn om de nek van die [slachtoffer] te draaien en/of (vervolgens) het gordijn omde nek van die [slachtoffer] aan te trekken/strak te trekken, ten gevolge waarvan die[slachtoffer] moeilijk/niet (goed) kon ademhalenn en/of- die [slachtoffer] te duwen en/of aan die [slachtoffer] te trekken, waardoor zij ten val isgekomen en/of- bovenop die [slachtoffer] te gaan zitten en/of- meermaals, althans eenmaal, (met kracht) aan de haren van die [slachtoffer] te trekkenen/of- een hand op/over de neus en/of mond van die [slachtoffer] te leggen, ten gevolgewaarvan die [slachtoffer] moeilijk/niet (goed) kon ademhalen en/of- die [slachtoffer] een kopstoot te geven en
/of- die [slachtoffer] bij de keel vast te grijpen;
3
hij op
een ofmeer tijdstippen in
of omstreeksde periode van 10 mei 2024 tot en met
2 juli 2024 te Dordrecht,
althans in Nederland,(telkens)opzettelijk
heeft gehandeld in strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel
509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van strafvordering, te weten de
gedragsaanwijzing d.d. 9 mei 2024, gegeven door de officier van justitie te
Rotterdam
door
- zich op 24 juni 2024 te bevinden in/rondom de woning gelegen aan het [adres 2]
[adres 2] en
/ofcontact te leggen met [slachtoffer] en
/of- zich op 29 juni 2024 en/of 30 juni 2024 te bevinden in/rondom de woning gelegen
aan het [adres 2] en/of contact te leggen met [slachtoffer] en/of
- zich (meermaals) te bevinden in/rondom de woning gelegen aan het [adres 2]
[adres 2] en
/of- meermaals
, althans eenmaal,die [slachtoffer] berichten te sturen via Whatsapp
en/of Marktplaats en/of sms en/of e-mail en
/of-
meermaals, althans eenmaal,een geldbedrag over te maken naar die [slachtoffer]
en daarbij in de omschrijving een boodschap voor haar te vermelden en
/of- meermaals
, althans eenmaal,die [slachtoffer] te bellen
en/of- vanuit de Penitiaire Inrichting die [slachtoffer] te bellen;
10/324576-24hij op
of omstreeks12 oktober 2024 te Dordrecht,
een ofmeerdere verpakkingen etenswaren,
in elk geval enig goed, dat/die geheel
often deleaan Nettorama (gevestigd op [adres 3] )
, in elk geval aaneen andertoebehoorde
(n
)heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

5.Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:
10/156357-24
Feit 1: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van inklimming
Feit 2: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht
Feit 3: mishandeling
10/216332-24
Feit 2: mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn levensgezel
Feit 3: opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing, gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering, meermalen gepleegd
10/324576-24
diefstal
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6.Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7.Motivering straf en maatregel

7.1.
Algemene overweging
De straf en maatregel die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feiten waarop de straf en maatregel zijn gebaseerd
De verdachte heeft zijn ex-partner in ieder geval twee keer mishandeld. De verdachte heeft hiermee geen enkel respect getoond voor de lichamelijke integriteit van aangeefster. Huiselijk geweld wordt doorgaans zwaarder bestraft dan andere vormen van geweld. Iedereen moet zich in de sfeer van de huishoudelijke omgeving immers bij uitstek veilig kunnen voelen. Verder heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan diefstal met inklimming van frituursnacks uit de woning van aangeefster en heeft hij meermalen de gedragsaanwijzing met betrekking tot aangeefster overtreden. Tot slot heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal bij Nettorama.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1.
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van
28 oktober 2025, waaruit blijkt dat de verdachte in het recente verleden eerder is veroordeeld voor bedreiging.
7.3.2.
Rapportages
Stichting Verslavingsreclassering GGZ, heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 5 mei 2025. De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.
Stichting Verslavingsreclassering GGZ, heeft een aanvullend e-mailbericht met betrekking tot het verloop van het toezicht opgemaakt, gedateerd 5 november 2025. Deze aanvulling houdt - kort samengevat - het volgende in:
“Na verloop van tijd, met name de laatste paar maanden kwam betrokkene ondanks de herinneren zijn afspraken niet na. Afspraken consequent nakomen blijft een aandachtspunt.
Wanneer hij er wel is, dan verloopt het gesprek goed. Hij is vriendelijk en beleefd in contact. We hopen op gedragsverandering maar het doorbreken van het bestaande patroon verloopt moeizaam.
Het verloop van het toezicht is wisselend daar hij een periode zijn afspraken goed nakomt en dan weer niet. Hij is niet opnieuw gerecidiveerd.
Behandeling
Betrokkene liep in behandeling bij Fivoor in Dordrecht. Op dit punt heeft hij zich wel positief ingezet, de behandelaren kwamen tot de conclusie dat hij zich voldoende heeft ingezet en de behandeling afgesloten kon worden. Daarbij maakten zij wel de kanttekening dat hij opnieuw aangemeld kan worden op het moment dat het niet goed gaat.
Humanitas homerun
Humanitas homerun is een hulpverleningsinstantie die ondersteuning biedt op leefgebieden en praktische zaken waar mensen in vastlopen.
Betrokkene was aangemeld bij humanitas homerun zodat hij ondersteund zou worden bij het regelen van zijn praktische zaken. Dit is niet volledig gelukt, betrokkene kwam daar zijn afspraken niet goed na waardoor er geen juiste hulpverlening van de grond is gekomen. Wegens het herhaaldelijk niet nakomen van de afspraken, vond er eind juni 2025 een stagnatiegesprek plaats waarin opnieuw werd verteld wat er van hem wordt verwacht. Betrokkene bleef wisselend in contact, dan kwam hij zijn afspraken voor een periode na en erna weer niet. Vorige week hebben wij het bericht ontvangen van humanitas homerun dat zij de hulpverlening stopzetten wegens het niet nakomen van de afspraken. Zij hebben een lange adem met hem gehad.
Op het praktisch gebied zijn er nog de nodige stappen te zetten echter moet hij wel bereid zijn om mee te werken. Het positieve is dat hij wel beschikt over een postadres echter bijvoorbeeld op financieel vlak is het nog niet geregeld, zoals het rondkrijgen van een uitkering en het werken aan de schulden.
Wanneer betrokkene abstinent blijft van middelengebruik schatten wij in dat het recidiverisico laag is. Op het moment dat hij terugvalt in middelengebruik dan is de kans op terugval aanzienlijk hoog omdat middelengebruik een risicofactor is voor terugval in oud gedrag.”
De rechtbank heeft acht geslagen op dit e-mailbericht.
7.4.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Gezien de ernst van de feiten zal de rechtbank een deels voorwaardelijke gevangenisstraf en daarnaast een taakstraf opleggen. Bij de bepaling van de duur en de hoogte van de straf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. Het voorwaardelijke strafdeel dient ertoe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
Maatregel ex artikel 38v
Ter voorkoming van strafbare feiten wordt aan de verdachte de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 5 jaren opgelegd, inhoudende een contactverbod met [slachtoffer] .
Nu er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen of zich belastend zal gedragen jegens [slachtoffer] wordt bevolen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8.Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 38v, 38w, 57, 63, 184a, 285, 300, 304, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

9.Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10.Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde met parketnummer 10/216332-24 heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart bewezen, dat de verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;
bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 98 (achtennegentig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 3 (drie) jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde:
- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
veroordeelt de verdachte tot een
taakstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren, waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;
beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van
90 (negentig) dagen;
legt de veroordeelde op de
maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de
duur van 5 jaren, inhoudende dat de veroordeelde wordt bevolen:
1. zich te onthouden van direct of indirect contact met [slachtoffer] , gedurende 5 jaren na heden,
beveelt dat, voor het geval de veroordeelde niet aan de maatregel voldoet, vervangende hechtenis zal worden toegepast;
bepaalt dat voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan vervangende hechtenis wordt toegepast voor de duur van 1 week;
toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op en zal in totaal ten hoogste zes maanden bedragen;
beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. Joele, voorzitter,
en mrs. J.L. Luiten en J. Langeveld, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Blom-den Haan, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
10/156357-241
hij op of omstreeks 6 mei 2024 te Dordrecht,
diverse frituursnacks, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer]
[slachtoffer] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het
oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de
toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen
goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking
en/of inklimming;
2
hij op of omstreeks 6 mei 2024 te Dordrecht, althans in Nederland,
[slachtoffer] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,
door die [slachtoffer] (via Whatsapp) dreigend de woorden toe te voegen:
- "Jij gaat echte kker harde klappen krijgen.",
- "Ik ga echt je kker kop verbouwen." en/of
- "Ik ga je echt zwaar dood maken."
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
3
hij in of omstreeks de periode van 28 april 2024 tot en met 29 april 2024 te
Dordrecht,
[slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] tegen het gezicht en/of het hoofd
en/of het lichaam te slaan/stompen;
10/216332-24
1
hij in of omstreeks de periode van 12 mei 2024 tot en met 2 juli 2024 te Dordrecht,
althans in Nederland,
wederrechtelijk
stelselmatig
opzettelijk
inbreuk heeft gemaakt
op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] ,
door in die periode
- die [slachtoffer] veelvuldig berichten te sturen via Whatsapp en/of Marktplaats en/of
sms en/of e-mail en/of
- die [slachtoffer] een of meer dreigende berichten te sturen en/of
- meermaals, althans eenmaal, een geldbedrag over te maken naar die [slachtoffer]
en daarbij in de omschrijving een boodschap voor haar te vermelden en/of
- die [slachtoffer] veelvuldig te bellen en/of
- zich rondom/bij/voor/in de woning gelegen aan de [adres 2] te
begeven
met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of
vrees aan te jagen;
2
hij op of omstreeks 29 juni 2024 te Dordrecht
zijn levensgezel, [slachtoffer] ,
heeft mishandeld door
- die [slachtoffer] stevig vast te pakken en/of
- met kracht tegen de wangen en/of kaken van die [slachtoffer] te duwen en/of te knijpen
en/of
- een gordijn om de nek van die [slachtoffer] te draaien en/of (vervolgens) het gordijn om
de nek van die [slachtoffer] aan te trekken/strak te trekken, ten gevolge waarvan die
[slachtoffer] moeilijk/niet (goed) kon ademhalenn en/of
- die [slachtoffer] te duwen en/of aan die [slachtoffer] te trekken, waardoor zij ten val is
gekomen en/of
- bovenop die [slachtoffer] te gaan zitten en/of
- meermaals, althans eenmaal, (met kracht) aan de haren van die [slachtoffer] te trekken
en/of
- een hand op/over de neus en/of mond van die [slachtoffer] te leggen, ten gevolge
waarvan die [slachtoffer] moeilijk/niet (goed) kon ademhalen en/of
- die [slachtoffer] een kopstoot te geven en/of
- die [slachtoffer] bij de keel vast te grijpen;
3
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 mei 2024 tot en met
14 juli 2024 te Dordrecht, althans in Nederland,
(telkens) opzettelijk
heeft gehandeld in strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel
509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van strafvordering, te weten de
gedragsaanwijzing d.d. 9 mei 2024, gegeven door de officier van justitie te
Rotterdam
door
- zich op 24 juni 2024 te bevinden in/rondom de woning gelegen aan het [adres 2]
[adres 2] en/of contact te leggen met [slachtoffer] en/of
- zich op 29 juni 2024 en/of 30 juni 2024 te bevinden in/rondom de woning gelegen
aan het [adres 2] en/of contact te leggen met [slachtoffer] en/of
- zich (meermaals) te bevinden in/rondom de woning gelegen aan het [adres 2]
[adres 2] en/of
- meermaals, althans eenmaal, die [slachtoffer] berichten te sturen via Whatsapp
en/of Marktplaats en/of sms en/of e-mail en/of
- meermaals, althans eenmaal, een geldbedrag over te maken naar die [slachtoffer]
en daarbij in de omschrijving een boodschap voor haar te vermelden en/of
- meermaals, althans eenmaal, die [slachtoffer] te bellen en/of
- vanuit de Penitiaire Inrichting die [slachtoffer] te bellen;
10/324576-24hij op of omstreeks 12 oktober 2024 te Dordrecht,
een of meerdere verpakkingen etenswaren, in elk geval enig goed, dat/die geheel of
ten dele aan Nettorama (gevestigd op [adres 3] ), in elk geval aan
een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.