ECLI:NL:RBROT:2025:13785
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek nieuwe aanspraak studiefinanciering wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Eiseres heeft meerdere opleidingen gevolgd met studiefinanciering, waarvan de laatste in 2014 werd beëindigd. In 2024 verzocht zij om een nieuwe aanspraak op studiefinanciering voor een passender opleiding op grond van artikel 5:16, vierde lid, Wsf 2000, vanwege bijzondere omstandigheden die het beëindigen van haar opleiding Bedrijfseconomie zouden rechtvaardigen.
De minister wees dit verzoek af omdat de onderwijsinstelling, vertegenwoordigd door de decaan, geen sprake zag van een manifesterende of verergerde functiebeperking die het niet kunnen afronden van de opleiding zou verklaren. Ook de hardheidsclausule werd niet toegepast. Eiseres betwistte het gebruik van de verklaring van de decaan en voerde een beroep op het zorgvuldigheids-, evenredigheids- en rechtszekerheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht de verklaring van de onderwijsinstelling als grondslag gebruikte, omdat deze zorgvuldig en inzichtelijk tot stand was gekomen. De door eiseres aangevoerde bijzondere omstandigheden, hoe ernstig ook, rechtvaardigen geen toepassing van de hardheidsclausule. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar verzoek om een nieuwe aanspraak op studiefinanciering wordt ongegrond verklaard.