Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- mr. D.A. IJpelaar, advocaat van verzoeker;
- mr. P.A.F. Kanters, werkzaam bij Active Collecting Control & Services B.V., namens Rotterdam Europoint II C.V., gevestigd te Amsterdam (hierna: verweerster).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die verweerster zou verbieden het vonnis tot ontruiming van de woonruimte ten uitvoer te leggen. De rechtbank heeft dit verzoek beoordeeld aan de hand van een belangenafweging tussen verzoeker en verweerster.
Hoewel de huur voor oktober 2025 was voldaan, is onvoldoende aannemelijk dat de lopende termijnen zullen worden betaald. Verzoeker is niet ingeschreven op het adres dat verweerster wil ontruimen en heeft niet aangetoond daar feitelijk te verblijven, waardoor een woonbelang ontbreekt. Verweerster heeft bovendien aangevoerd dat de woning mogelijk voor andere doeleinden wordt gebruikt.
Gezien het ontbreken van een woonbelang en de betalingsachterstand weegt het belang van verweerster zwaarder. Daarom wijst de rechtbank het verzoek om een voorlopige voorziening af. Tevens verklaart de rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Faillissementswet, met de mogelijkheid voor verzoeker om later een nieuw verzoek in te dienen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening moratorium wordt afgewezen en verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in het schuldsaneringsverzoek.