ECLI:NL:RBROT:2025:13823

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 oktober 2025
Publicatiedatum
28 november 2025
Zaaknummer
C/10/707751 / FA RK 25-7489
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 WzdArt. 3.2.3 Wet langdurige zorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot machtiging voortzetting verblijf psychogeriatrische cliënt

Het CIZ verzocht de rechtbank om een machtiging te verlenen voor de voortzetting van het verblijf van betrokkene, die lijdt aan een uitgebreide neurocognitieve stoornis door langdurig alcoholgebruik (syndroom van Korsakov). Betrokkene verblijft momenteel in een verpleeghuis vanwege een complexe kankerbehandeling en de noodzaak van structuur en toezicht.

Tijdens de mondelinge behandeling lichtte de arts toe dat betrokkene onvoldoende zelfredzaam is en toezicht nodig heeft bij dagelijkse handelingen en medicatiegebruik. De advocaat van betrokkene betwistte dit en stelde dat betrokkene zelfstandig functioneert, vrijwilligerswerk doet en geen externe aansturing behoeft. Ook werd aangevoerd dat de sondevoeding niet door betrokkene was stopgezet, maar vanwege medische redenen was aangepast.

De rechtbank oordeelde dat niet was voldaan aan de criteria voor het verlenen van de machtiging tot voortzetting van het verblijf op grond van de Wet zorg en dwang. Er was onvoldoende ernstig nadeel dat een gedwongen opname rechtvaardigt. De benodigde zorg kan adequaat in de thuissituatie worden geregeld, onder meer via mentorschap en thuiszorg.

Daarom wees de rechtbank het verzoek af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Het verzoek tot machtiging tot voortzetting van het verblijf wordt afgewezen omdat de zorg in de thuissituatie kan worden geregeld.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/707751 / FA RK 25-7489
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 23 oktober 2025 betreffende een rechterlijke machtiging tot voortzetting van het verblijf als bedoeld in artikel 24 van Pro de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd)
op verzoek van:
het CIZ,
met betrekking tot:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1954, [geboorteplaats] ,
hierna: betrokkene,
wonende te [woonplaats]
op dit moment verblijvende in verpleeghuis [naam verpleeghuis] , locatie [naam locatie] te [plaats] ,
advocaat mr. V.C. Andeweg te Breda.

1.Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen ter griffie op 02 oktober 2025.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 20 december 2023;
  • de medische verklaring, opgesteld en ondertekend door [persoon A] , specialist ouderengeneeskunde, van 11 september 2025;
  • de aanvraag voor een rechterlijke machtiging van 26 september 2025;
  • een afschrift van het zorgplan van 23 september 2025;
  • de verklaring van de echtgenoot van betrokkene van september 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 23 oktober 2025. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
  • betrokkene met haar hiervoor genoemde advocaat;
  • [persoon B] , specialist ouderengeneeskunde (hierna: arts), en [persoon C] , verzorgende, beiden verbonden aan [naam verpleeghuis] .

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten een uitgebreide neurocognitieve stoornis door langdurig alcoholgebruik, het syndroom van Korsakov.
2.2.
Tijdens de mondelinge behandeling licht de arts toe dat betrokkene onvoldoende zelfredzaam is. Betrokkene is zelfstandig maar heeft aansturing en structuur in haar dag nodig, onder andere ten aanzien van het wassen en aankleden en het doen van boodschappen. Betrokkene dient gestimuleerd te worden met betrekking tot het eten naast de sondevoeding en heeft toezicht nodig bij het nemen van de medicatie. Betrokkene heeft eerder de sondevoeding afgekoppeld en gestopt waardoor zij momenteel gebruik maakt van een PEG-sonde. De arts licht toe dat betrokkene niet meedoet met de activiteiten binnen de accommodatie en zichzelf afzondert op haar kamer. De arts licht toe dat de gedwongen opname noodzakelijk is wegens de complexe kanker behandeling die betrokkene ondergaat en de structuur die door de behandelaars binnen de accommodatie wordt geboden. Ook refereert de arts aan de brief die de echtgenoot van betrokkene heeft geschreven waarin de echtgenoot heeft aangegeven dat hij de zorg niet aankan. Betrokkene heeft eerder in het verleden een terugval in alcoholgebruik gehad en de arts ziet op dit moment hetzelfde patroon. Echter heeft betrokkene het alcoholgebruik afgehouden sinds het moment van opname.
2.3.
De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek. De advocaat licht tijdens de mondelinge behandeling toe dat de brief van de echtgenoot, waar de arts naar verwijst van 8 september 2024 is. Deze brief is geschreven voorafgaand aan de opname van november 2024, en tijdens een afkick traject, waarbij de omstandigheden destijds binnen de relatie anders waren dan in de huidige situatie. Betrokkene speelt muziek op haar kamer en doet vrijwilligerswerk door met andere bewoners buiten te gaan wandelen. Zij gaat zonder begeleiding en aansturing naar buiten om op de fiets naar de winkel te gaan en heeft een eigen sleutel van de accommodatie waarmee ze binnen kan komen. 's Ochtends zit betrokkene aangekleed op haar kamer te wachten tot de zorg binnenkomt voor het innemen van de medicatie en zij doet zelf haar was. Op het moment dat betrokkene bestralingen heeft gehad, werd haar energielevel aangetast waardoor zij daarna geen boodschappen of vrijwilligerswerk kon doen. De advocaat licht toe dat betrokkene geen externe aansturing nodig heeft. Betrokkene heeft de kans gehad om terug te vallen in het alcoholgebruik maar heeft zich verantwoordelijk opgesteld. Betrokkene gaat samen met haar partner naar ziekenhuisafspraken. De sondevoeding is niet door betrokkene gestopt, afgekoppeld of eruit getrokken, maar deze zou niet goed geplaatst zijn geweest. Wegens de complexe behandeling is de overstap gemaakt naar een PEG-sonde en dat verloopt probleemloos. De advocaat licht toe dat de sondevoeding van betrokkene stopgezet zal worden volgens de voedingsspecialist.
2.4.
De rechtbank is van oordeel dat niet is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot voortzetting van het verblijf als bedoeld in de Wzd. Er is onvoldoende ernstig nadeel dat rechtvaardigt dat betrokkene gedwongen opgenomen blijft.
Er is een periode geweest waarin betrokkene aan het afkicken was en vervolgens een intensieve kankerbehandeling onderging. Naar het oordeel van de rechtbank kan op dit moment de benodigde zorg in de thuissituatie voldoende geregeld worden zoals mentorschap en thuiszorg.

3.Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van het verblijf af.
Deze beschikking is op 23 oktober 2025 mondeling gegeven door mr. S.L. Raphael, rechter, in tegenwoordigheid van H. Hasancevic, griffier, en op 6 november 2025 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.