Het CIZ verzocht de rechtbank om een machtiging te verlenen voor de voortzetting van het verblijf van betrokkene, die lijdt aan een uitgebreide neurocognitieve stoornis door langdurig alcoholgebruik (syndroom van Korsakov). Betrokkene verblijft momenteel in een verpleeghuis vanwege een complexe kankerbehandeling en de noodzaak van structuur en toezicht.
Tijdens de mondelinge behandeling lichtte de arts toe dat betrokkene onvoldoende zelfredzaam is en toezicht nodig heeft bij dagelijkse handelingen en medicatiegebruik. De advocaat van betrokkene betwistte dit en stelde dat betrokkene zelfstandig functioneert, vrijwilligerswerk doet en geen externe aansturing behoeft. Ook werd aangevoerd dat de sondevoeding niet door betrokkene was stopgezet, maar vanwege medische redenen was aangepast.
De rechtbank oordeelde dat niet was voldaan aan de criteria voor het verlenen van de machtiging tot voortzetting van het verblijf op grond van de Wet zorg en dwang. Er was onvoldoende ernstig nadeel dat een gedwongen opname rechtvaardigt. De benodigde zorg kan adequaat in de thuissituatie worden geregeld, onder meer via mentorschap en thuiszorg.
Daarom wees de rechtbank het verzoek af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.