Partijen, ex-partners, hebben hun woning verkocht met levering gepland op 3 maart 2026. De man koopt een appartement en wil een overbruggingskrediet van €162.000,- financieren door een tweede hypotheek op de reeds verkochte woning te vestigen. De vrouw weigert haar medewerking te verlenen aan deze hypotheek.
De man vordert in kort geding dat de vrouw wordt verplicht haar medewerking te verlenen of dat het vonnis in de plaats treedt van haar medewerking. De vrouw verzet zich hiertegen en vordert in reconventie dat de man een volmacht geeft voor levering van de woning.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vrouw op grond van redelijkheid en billijkheid haar medewerking moet verlenen, omdat de risico's voor haar klein zijn en het overbruggingskrediet slechts de helft van de verwachte overwaarde betreft. Vanwege spoedeisendheid wordt het subsidiair gevorderde toegewezen: het vonnis treedt in de plaats van haar medewerking. De vordering van de vrouw wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang. Proceskosten worden gecompenseerd.