ECLI:NL:RBROT:2025:13854
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning voor kappen en verplaatsen van bomen nabij Delftseplein 32 Rotterdam
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen de verlening van een omgevingsvergunning voor het kappen van 9 bomen en het verplanten van 24 bomen nabij Delftseplein 32 in Rotterdam. Zij stellen dat ook een vergunning voor flora- en fauna-activiteiten noodzakelijk is vanwege de aanwezigheid van beschermde diersoorten zoals vleermuizen en slechtvalken.
De voorzieningenrechter oordeelt dat onder de Omgevingswet de onlosmakelijke samenhang van vergunningen zoals onder de Wabo niet meer geldt, waardoor alleen de verleende vergunning voor de omgevingsplanactiviteit (kapvergunning) beoordeeld kan worden. De vraag of een aparte flora- en fauna-vergunning nodig is, raakt de rechtmatigheid van de kapvergunning niet en vormt geen grond voor schorsing.
Verder stelt de voorzieningenrechter vast dat het college de belangen en waarden van de bomen voldoende heeft afgewogen op basis van ecologisch onderzoek en een verplantingsonderzoek. De natuur- en milieuwaarden worden niet zodanig aangetast dat de vergunning geweigerd had moeten worden. Ook het belang van recreatie en leefbaarheid is onvoldoende onderbouwd om schorsing te rechtvaardigen.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af, waardoor de omgevingsvergunning blijft gelden. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor het kappen en verplaatsen van bomen wordt afgewezen.