De rechtbank Rotterdam heeft op 13 oktober 2025 een beschikking gegeven inzake een minderjarige die onder toezicht staat en verblijft in een gesloten groep van een jeugdhulpinstelling. De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West verzocht om een voorwaardelijke machtiging voor gesloten jeugdhulp en een machtiging tot uithuisplaatsing voor respectievelijk drie en zes maanden.
De kinderrechter oordeelde dat de voorwaardelijke machtiging noodzakelijk is vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de minderjarige belemmeren. De minderjarige toont positieve ontwikkelingen, maar stabilisatie binnen een hybride setting blijft nodig. Tevens is het van belang dat de communicatie tussen de ouders, de groep en de minderjarige verbetert om verdere beslissingen te kunnen nemen.
Omdat de minderjarige onder toezicht staat en de wet geen ruimte biedt voor vrijwillige uithuisplaatsing, is naast de voorwaardelijke machtiging ook een machtiging in de zin van artikel 1:265b BW vereist. De kinderrechter verleent daarom beide machtigingen en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.