Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, waarbij 15 van de 16 schuldeisers instemden, behalve ING die een vordering van 70,3% van de totale schuld heeft. ING weigerde in te stemmen vanwege het grote aandeel en twijfels over de inspanningsplicht van verzoeker.
De rechtbank beoordeelde dat het voorstel goed gedocumenteerd en getoetst was door een onafhankelijke partij en dat verzoeker het uiterste doet binnen zijn mogelijkheden. Verzoeker werkt momenteel beperkt vanwege ziekte en bouwt zijn uren op, met een prognoseakkoord dat extra inkomen ten goede laat komen aan schuldeisers.
De rechtbank vond dat de belangen van verzoeker en de meerderheid van schuldeisers zwaarder wegen dan die van ING. Daarom werd ING bevolen in te stemmen met het akkoord, dat nu als dwangakkoord geldt. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen omdat die minder gunstig zou zijn voor schuldeisers.
ING werd veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden begroot omdat er geen griffierecht verschuldigd was en verzoeker niet door een advocaat werd bijgestaan. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen acht dagen in hoger beroep worden aangevochten.