Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- mevrouw [persoon A] , werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening);
- mevrouw [persoon B] , werkzaam bij Stichting Woonstad Rotterdam, (hierna: verweerster).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend om op grond van artikel 287b Faillissementswet een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van zijn woonruimte voorkomt. De rechtbank constateert een bedreigende situatie vanwege het vonnis tot ontruiming en het exploot dat uitvoering daarvan aankondigt.
Verzoeker heeft voldoende inkomsten om de huur te betalen en heeft de huur van november 2025 voldaan. Schuldhulpverlening heeft aangegeven op korte termijn budgetbeheer in te stellen, waardoor de huurbetalingen voortaan tijdig en volledig worden voldaan. De belangenafweging leidt ertoe dat het belang van verzoeker om in de woning te blijven zwaarder weegt dan het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren.
De rechtbank wijst het moratorium toe voor zes maanden onder de voorwaarde dat de huurbetalingen tijdig en volledig worden voldaan. Tevens wordt verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Faillissementswet, met de mogelijkheid tot een nieuw verzoek in de toekomst.
Uitkomst: Moratorium voor zes maanden toegewezen en budgetbeheer ingesteld om ontruiming te voorkomen, verzoeker niet-ontvankelijk in schuldsaneringsverzoek.