ECLI:NL:RBROT:2025:13931
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering wegens geschiktheid voor eigen arbeid en geduide functies
Eiseres, laatstelijk werkzaam als postbezorger, kreeg per 16 mei 2024 geen recht meer op een ZW-uitkering omdat zij arbeidsgeschikt werd geacht voor haar eigen werk en de bij de WIA-beoordeling geduide functies. Het UWV baseerde dit op verzekeringsgeneeskundige onderzoeken en arbeidsdeskundige rapportages, waarin werd vastgesteld dat eiseres geschikt was voor meerdere functies met beperkte fysieke en psychische belasting.
Eiseres voerde aan dat het medisch onderzoek onvolledig en onvoldoende zorgvuldig was, onder meer door het niet betrekken van recente medische informatie en het ontbreken van multidisciplinair overleg, gezien haar complexe medische situatie met onder meer Lyme, OSAS, ME/CVS en scoliose. De rechtbank oordeelde echter dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, dat voldoende rekening was gehouden met haar klachten en dat er geen aanleiding was voor het inschakelen van een onafhankelijke deskundige.
De rechtbank volgde de vaste rechtspraak dat als de medische beperkingen sinds de WIA-beoordeling niet zijn toegenomen, de geduide functies ook geschikt blijven. De functies bleken passend bij haar belastbaarheid en de beperkte omvang van 17,01 uur per week bood voldoende recuperatieruimte. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen vergoeding van haar proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de ZW-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat eiseres geschikt is voor haar eigen arbeid en de geduide functies.