ECLI:NL:RBROT:2025:13935

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
14 november 2025
Publicatiedatum
1 december 2025
Zaaknummer
C/10/705579 / JE RK 25-1756
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige

In deze beschikking van de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam, gedateerd 7 november 2025, wordt de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2008, behandeld. De kinderrechter heeft de zaak in behandeling genomen na een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West, die de ondertoezichtstelling van de minderjarige tot aan zijn meerderjarigheid, op 14 augustus 2026, wil verlengen. De moeder van de minderjarige, die belast is met het ouderlijk gezag, is niet verschenen op de zitting, terwijl de pleegouders en een vertegenwoordiger van de GI wel aanwezig waren. De kinderrechter heeft de ontwikkeling van de minderjarige en de situatie in het pleeggezin in overweging genomen. De minderjarige verblijft al drieënhalf jaar bij de pleegouders en volgt een mbo-opleiding. De kinderrechter concludeert dat de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is voor de stabiliteit en ontwikkeling van de minderjarige. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat deze direct van kracht is, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. De beschikking is openbaar uitgesproken en op schrift gesteld op 21 november 2025.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/705579 / JE RK 25-1756
Datum uitspraak: 7 november 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West,
gevestigd te Dordrecht, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
[naam pleegvader] en [naam pleegmoeder] ,
hierna te noemen: de pleegouders, wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 22 augustus 2025, door de rechtbank ontvangen op diezelfde datum;
  • het bericht met bijlage van de GI, inhoudende het instemmend advies van de Raad voor de Kinderbescherming, door de rechtbank ontvangen op 31 oktober 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 7 november 2025. Daarbij waren aanwezig:
  • de pleegouders;
  • een vertegenwoordiger van de GI, [naam] (telefonisch).
1.3.
De moeder is – met tegenbericht - niet verschenen.
1.4.
De kinderechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen mening gegeven.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft in een pleeggezin.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 8 november 2024 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 19 november 2025. Ook heeft de kinderrechter bij deze beschikking de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 19 november 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen tot aan zijn meerderjarigheid, te weten tot 14 augustus 2026. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De GI handhaaft het verzoek op de zitting. De moeder heeft in het verleden wisselend gefunctioneerd vanwege haar mentale problematiek. De ondertoezichtstelling is daarom tot nu toe een belangrijke veiligheidsfactor geweest. De laatste maanden is een positieve ontwikkeling zichtbaar. De moeder werkt beter mee en erkent het belang van [minderjarige] . [minderjarige] heeft aangegeven één keer per maand begeleid contact met de moeder voldoende te vinden. Hoewel de moeder dat moeilijk vindt, respecteert zij deze wens. De GI benadrukt dat er veel is gebeurd in het verleden en dat er nog altijd kwetsbaarheden spelen, vooral aan de kant van moeder. Daarom vindt de GI het wenselijk om betrokken te blijven tot [minderjarige] achttien jaar wordt, zodat er in de laatste fase naar volwassenheid kan worden meegekeken en ondersteuning kan worden geboden als dat nodig blijkt.
4.2.
De pleegouders verklaren op de zitting dat het goed gaat met [minderjarige] . Zijn school en stage geven structuur en richting in zijn leven. Hij volgt een mbo-opleiding Social Work. Momenteel loopt hij stage bij een dagbesteding voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel en vindt dit werk leuk. Ook in de thuissituatie gaat het goed. [minderjarige] voelt zich veilig en op zijn plek bij de pleegouders, waar hij inmiddels drieënhalf jaar woont. Qua hulpverlening volgt [minderjarige] schematherapie en dit verloopt goed. [minderjarige] heeft eenmaal per maand begeleid contact met de moeder. Deze frequentie is voor hem voldoende. [minderjarige] heeft zijn energie nodig voor zijn eigen ontwikkeling. Een uitbreiding van het contact met de moeder kost hem te veel. [minderjarige] is lang boos geweest op de moeder vanwege het verleden. Hoewel hij zijn moeder begrijpt, doet het hem emotioneel nog steeds wat. De moeder praat vaak over haar eigen schuldgevoel en problematiek en dat vindt [minderjarige] lastig. Begeleide omgang blijft belangrijk om de moeder hierin te begrenzen.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in zijn belang. [2] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat het momenteel goed gaat met [minderjarige] . Hij ontwikkelt zich positief, heeft een stabiele verblijfplek binnen het pleeggezin en haalt veel voldoening uit zijn opleiding en stage. De schematherapie loopt nog en [minderjarige] heeft hier baat bij. [minderjarige] woont al langere tijd bij de pleegouders. De kinderrechter waardeert de stabiele en liefdevolle basis die de pleegouders aan hem bieden. Het contact tussen [minderjarige] en de moeder is beperkt en moet worden begeleid, maar verloopt wel positief. De moeder accepteert dat zij geen grotere rol kan spelen in het leven van [minderjarige] . Hoewel het goed gaat met [minderjarige] en GI op dit moment weinig hoeft te doen, acht de kinderrechter het wel wenselijk dat de huidige maatregelen verlengd worden tot [minderjarige] achttien jaar wordt. Dit biedt rust en continuïteit en voorkomt dat er in de aanloop naar zijn meerderjarigheid onrust ontstaat. Het is daarom in het belang van [minderjarige] om de maatregelen te verlengen. De komende periode kan de GI nog bezien welke ondersteuning er nog nodig is voor de periode nadat [minderjarige] meerderjarig is geworden.
5.3.
Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen tot aan zijn meerderjarigheid, te weten tot 14 augustus 2026. Tevens zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengen voor diezelfde periode.
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 14 augustus 2026;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 14 augustus 2026;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 november 2025 door mr. W.J. Loorbach, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 21 november 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW.
2.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.