In deze beschikking van de Rechtbank Rotterdam, gedateerd 4 december 2025, is een voorlopige voorzieningenprocedure aan de orde, waarbij partijen, een vrouw en een man, betrokken zijn in een echtscheidingsprocedure. De vrouw heeft verzocht om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning en de toevertrouwing van de minderjarige aan haar. De rechtbank heeft de verzoeken van de vrouw toegewezen, in lijn met het advies van de raad voor de kinderbescherming. De man heeft de echtelijke woning in juli 2025 verlaten en verblijft sindsdien bij zijn vader. De rechtbank heeft overwogen dat, gezien de omstandigheden en de spanningen tussen partijen, het in het belang van de vrouw en de minderjarige is dat de vrouw in de echtelijke woning kan blijven. De man heeft geen bezwaar gemaakt tegen de toewijzing van het verzoek, mits hij niet gedwongen wordt de woning te verlaten met behulp van de sterke arm. De rechtbank heeft de vrouw het uitsluitend gebruik van de woning toegewezen, met uitzondering van de tenuitvoerlegging met behulp van de sterke arm.
Daarnaast heeft de man een zorgregeling verzocht voor de minderjarige, waarbij partijen het eens zijn geworden over een voorlopige regeling. De rechtbank heeft de zorgregeling vastgesteld, waarbij de minderjarige voornamelijk bij de vrouw verblijft, maar ook tijd doorbrengt bij de man. De rechtbank heeft ook de zorgen van de man over de verslavingsproblematiek van de vrouw in overweging genomen, maar heeft besloten dat het in het belang van de minderjarige is om bij de vrouw te blijven. De proceskosten zijn gecompenseerd, zodat elke partij zijn eigen kosten draagt.