Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- mevrouw S. de Jong, werkzaam bij IJsselgemeenten (hierna te noemen: schuldhulpverlening);
- mevrouw [persoon A] , begeleidster van verzoekster,
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend op grond van artikel 287a Faillissementswet om een dwangakkoord af te dwingen tegen een schuldeiser die weigert in te stemmen met een aangeboden schuldregeling. De regeling betreft een betaling van 0% van de totale schuldenlast, gebaseerd op de NVVK-norm en de afloscapaciteit van verzoekster, die een Participatiewet-uitkering ontvangt en kampt met gezondheidsklachten.
Negen van de tien schuldeisers stemden in met het akkoord, slechts één schuldeiser, met een vordering van 2,97% van de totale schuld, weigerde. Deze schuldeiser verscheen niet op de zitting om haar standpunt toe te lichten. De rechtbank stelde vast dat het voorstel goed gedocumenteerd was en het uiterste is wat verzoekster redelijkerwijs kan bieden.
De rechtbank oordeelde dat het belang van de meerderheid van de schuldeisers en verzoekster zwaarder weegt dan dat van de weigeraar. Ook werd overwogen dat het dwangakkoord een gunstiger resultaat oplevert dan de wettelijke schuldsaneringsregeling, die aanzienlijke kosten met zich meebrengt. Het verzoek tot dwangakkoord werd daarom toegewezen en het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot dwangakkoord wordt toegewezen en schuldeiser wordt bevolen in te stemmen met de schuldregeling.