ECLI:NL:RBROT:2025:13984

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 november 2025
Publicatiedatum
2 december 2025
Zaaknummer
C/10/710408 / FA RK 25-8871
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel in verband met alcoholverslaving en cognitieve schade

Op 24 november 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam een mondelinge uitspraak gedaan over de voortzetting van een crisismaatregel voor een betrokkene, geboren in 1959, die lijdt aan een alcoholverslaving en mogelijk het syndroom van Korsakov. De officier van justitie had op 20 november 2025 verzocht om voortzetting van de crisismaatregel die op 19 november 2025 was opgelegd. Tijdens de mondelinge behandeling werd vastgesteld dat de betrokkene ernstig verwaarloosd was en risico liep op lichamelijk letsel door zijn verslaving en de gevolgen daarvan, waaronder epileptische aanvallen en hersenschade. De rechtbank oordeelde dat de situatie zo ernstig was dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kon worden afgewacht. De rechtbank verleende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel, die een geldigheidsduur heeft van drie weken. De betrokkene verzet zich tegen de zorg, maar de rechtbank achtte de voorgestelde verplichte zorg noodzakelijk en evenredig. De beschikking is op 24 november 2025 mondeling gegeven en op 3 december 2025 schriftelijk uitgewerkt.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/710408 / FA RK 25-8871
Referentienummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 24 november 2025 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1959, [geboorteplaats],
hierna: betrokkene,
wonende te [woonplaats],
op dit moment verblijvende in [naam instelling] te [plaatsnaam],
advocaat mr. T. Gümüs te Schiedam.

1.Procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 20 november 2025, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 19 november 2025 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 19 november 2025;
  • de medische verklaring opgesteld door [naam 1], psychiater, van 19 november 2025;
  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wvggz;
  • het bericht dat er geen relevante politie-, strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene zijn.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 24 november 2025. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
  • betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;
  • [naam 2], arts, verbonden aan Antes;
[naam 3], arts van de instelling waar betrokkene tot een dag voor de zitting verbleef, heeft telefonisch aan de mondelinge behandeling deelgenomen.
1.3.
De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.
Betrokkene verbleef enige tijd op vrijwillige basis bij de ouderenkliniek van Antes op de Nieuwe Binnenweg voor een detoxbehandeling vanwege zijn alcoholgebruik. In deze instelling heeft betrokkene een epileptische aanval gehad, waarvoor opname in het ziekenhuis noodzakelijk was. Daarna heeft betrokkene nog tweemaal vergelijkbare epileptische insulten doorgemaakt, waardoor hersenschade is ontstaan. Tijdens de opname heeft betrokkene ook nog longontsteking gehad. Op de afdeling werden vooral problemen met geheugen en taal waargenomen en ontstond er een vermoeden op Korsakov. Begin december staat een intakegesprek gepland met de Korsakovkliniek Slingedael. Daarnaast wordt er verdere diagnostiek gedaan naar de oorzaak van de epileptische insulten. Als de diagnostiek rond is, zal betrokkene mogelijk in het kader van de Wzd naar Slingedael verhuizen.
Hoewel hij zich soms ambivalent toonde, was opname en behandeling aanvankelijk mogelijk in goed overleg met betrokkene. De crisismaatregel is aangevraagd, omdat betrokkene toenemend onrustig werd en verward gedrag vertoonde. Hij dwaalde over de afdeling en vertelde aan de onafhankelijk rapporterend psychiater dat hij dacht dat hij op de voetbalvereniging was en vanuit daar in zijn auto kon stappen om naar huis te rijden. Voor een inbewaringstelling in het kader van de Wzd bestaat nog onvoldoende uitsluitsel over de diagnostiek. Het gedrag van betrokkene en de onderliggende verslavingsproblematiek is op dit moment meer passend onder de Wvggz binnen de huidige instelling. De nacht voorafgaand aan de mondelinge behandeling is betrokkene overgeplaatst naar de huidige kliniek, omdat hij niet langer hanteerbaar was op de ouderenkliniek. Betrokkene was agressief naar medepatiënten en hulpverleners. De huidige afdeling is geschikter om met deze agressie om te gaan, waarbij zo nodig de mogelijkheid bestaat tot separatie.
2.2.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een alcoholverslaving. Daarnaast is sprake van niet-aangeboren hersenletsel (NAH) door de epileptische aanvallen en is er een vermoeden op het syndroom van Korsakov. Uit de stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht blijkt dat de verslaving en hieruit voortvloeiende problematiek dusdanig is dat dit het denken, voelen, willen, oordelen en doelgericht handelen ingrijpend beïnvloedt, en dat betrokkene het veroorzaakte gevaar niet kan worden toegerekend, omdat de stoornis de gevaarvolle daden van betrokkene in overwegende mate beheerst.
2.3.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
2.4.
Op basis van de medische verklaring en de mondelinge behandeling, acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
  • het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles;
  • het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • het insluiten;
  • het uitoefenen van toezicht op betrokkene;
  • het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, inhoudende het accepteren en nakomen van ambulante behandelafspraken;
  • het opnemen in een accommodatie.
2.5.
De rechtbank gaat hiermee voorbij aan het verweer van de advocaat dat insluiten en het uitoefenen van toezicht onvoldoende voorzienbaar zijn. De behandelaren hebben duidelijk toegelicht dat de reden van overplaatsing ligt in agressief gedrag van betrokkene. De huidige afdeling is mede gekozen omdat hier eventueel de mogelijkheid bestaat tot insluiten. Beiden artsen achten deze zorgvorm, en het toezicht daarbij, noodzakelijk en voorzienbaar de komende periode.
2.6.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten het toedienen van vocht en voeding, alsmede het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, het onderzoek aan kleding of lichaam, het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen, het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen en het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek, worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
2.7.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Betrokkene verklaart tijdens de mondelinge behandeling dat hij geen reden ziet om langer opgenomen te zijn. Betrokkene wil naar huis en is van mening dat dit ook kan. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.8.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.9.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na vandaag.

3.Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.4. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 december 2025;
3.4.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 24 november 2025 mondeling gegeven door mr. J.M.L. van Mulbregt, rechter, in tegenwoordigheid van mr. Z.P. van der Knaap, griffier, en op 3 december 2025 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.